Onze partijleider Dilan Yeşilgöz-Zegerius sprak tijdens de Kerdijk Lezing over ons land vrij en veilig houden. Nationaal en internationaal.
Na afloop van haar lezing ging zij samen met Jort Kelder en Bert Colijn (Chief Economist ING) in gesprek over onze veiligheid en hoe belangrijk een sterke economie is.
Bekijk de hele Kerdijk Lezing van onze partijleider Dilan Yeşilgöz-Zegerius hieronder.
Spreektekst Kerdijk Lezing – gesproken woord geldt
Een sterk en weerbaar land in een onzekere wereld
Dames en heren,
Dank dat ik vandaag het woord tot u mag richten. Juist nu, juist hier bij deze lezing, vernoemd naar Arnold Kerdijk.
Een liberaal die zijn tijd ver vooruit was.
Kerdijk geloofde in vrijheid, maar niet in naïviteit.
In een kleine overheid, maar niet in een zwakke staat.
En vooral: in mensen, mits ze verantwoordelijkheid nemen én krijgen.
Deze lessen zijn nog altijd relevant.
Het zal niemand hier zijn ontgaan, maar dit is mijn laatste lezing als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.
En vanavond wil ik u vertellen hoe ik deze lessen van Kerdijk zie in onze samenleving.
Hoe ik er als fractievoorzitter naar heb gehandeld, hoe ik ze zie als vice premier en als de nieuwe minister van Defensie. En hoe ik ze bij mij draag, bij het leiden van mijn partij.
Kerdijks geloof in vrijheid, met een duidelijke waarschuwing tegen een naïeve politiek, tegen een moreel idealisme zonder realiteitszin, is denk ik een les die actueler is dan ooit en waar ik graag mee zou beginnen.
We leven immers in een tijd waarin de grond onder onze voeten aan het verschuiven is.
Decennialang hebben we onszelf in Europa, en dus ook in Nederland, wijsgemaakt dat conflicten iets waren uit het verleden.
We dachten dat onze veiligheid en welvaart onomkeerbare natuurverschijnselen waren.
Het resultaat van verdragen, goede bedoelingen en de morele superioriteit van het internationaal recht.
En dat het nooit meer anders zou zijn.
Dat we dat dachten, was eigenlijk wel logisch. Want het werkte.
Voor ons.
We zijn immers vrijer en welvarender dan ooit in onze geschiedenis.
Maar we vergaten de absolute waarheid.
Namelijk dat het spel alleen werkt als iedereen volgens de regels speelt. Als alle landen aan vrije handel doen. Als landen elkaar overtuigen met woorden, in plaats van met wapens. En als alle landen het internationaal recht volgen. Als alle landen volgens het zelfde waardenkader opereren.
Maar zoals Canadees premier Carney laatst in een geweldige speech zei: this bargain no longer works.
Oude zekerheden verdwijnen. Nieuwe machtsblokken staan op. Machtsblokken die het spel niet volgens onze regels willen spelen, maar zelf eenzijdig, nieuwe regels maken.
En nu zien we dus dat vrede en vrijheid niet langer zaken zijn die we vanzelfsprekend ‘hebben’, maar zaken die we actief moeten beschermen.
De harde waarheid is dat vrijheid uiteindelijk niet het resultaat is van wetboeken in Den Haag, maar van vliegdekschepen uit Norfolk.
En dat vraagt iets van ons.
Namelijk dat we weer leren de taal van de macht te spreken.
Dat we erkennen dat niet iedereen het goed met ons voorheeft.
En dat we weer leren dat we moeten opkomen en vechten voor onze vrijheid.
Dat zie ik als mijn taak straks als Minister van Defensie.
Ik hoop dat toekomstige generaties op deze periode terug zullen kijken als een kantelpunt.
Niet als het moment waarop de wereldorde instortte.
Maar als het moment waarop Europa eindelijk opstond en een nieuwe wereldorde opbouwde. Met landen als Nederland in de leidersrol.
Het moment waarop we de geopolitieke oogkleppen afzetten.
Waarop onze vakantie uit de geschiedenis definitief ten einde kwam en we weer leerden wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen vrijheid.
Want vrijheid is geen stabiele toestand, maar een kwetsbaar evenwicht.
Isaiah Berlin waarschuwde daar al voor: vrijheid is niet één begrip.
Ze bestaat uit spanning. Tussen vrijheid en veiligheid. Tussen autonomie en verantwoordelijkheid.
En wie doet alsof die spanning niet bestaat, verliest uiteindelijk beide.
Kerdijk waarschuwde ons dat we niet naïef moeten zijn.
Maar naïef waren we.
Nederland en Europa waren de afgelopen decennia geopolitiek bijziend.
Zo verblind door onze eigen vrijheid en welvaart, dat we misten dat buiten ons blikveld de wereld veranderde.
We bezuinigden op defensie, omdat we dachten dat er nooit meer oorlog zou zijn.
We negeerden onze eigen veiligheid, omdat we dachten dat Amerika daar voor zou zorgen.
We gaven hard power op voor soft power.
We misten dat er partnerschappen ontstonden, gericht op het ondermijnen van onze veiligheid.
Die geopolitieke bijziendheid, die stopt wat mij betreft vandaag.
We moeten zien wat er gebeurt. Recht voor onze ogen.
Al in 2007, in München, vertelde Poetin ons precies hoe hij de wereld taxeert.
Hij sprak zijn diepe wrok uit over een wereld waarin regels voor iedereen gelden.
Het was een eerste glimp van wat we nu dagelijks zien: autocraten die elk systeem willen ondermijnen dat hen verhindert te doen wat zij willen.
Machtshebbers in plekken als Moskou en Teheran beschouwen concepten als transparantie, persvrijheid, en democratie als existentiële gevaren voor hun macht.
Ze voeren een oorlog tegen ons die zich afspeelt in de schaduwen. Een hybride oorlog. Ze hollen onze democratieën van binnenuit uit met desinformatie. Ze plegen digitale aanvallen op onze vitale infrastructuur. Ze stoken onrust via sociale media om ons intern te verdelen.
Winston Churchill waarschuwde ons al dat een verzoener iemand is die een krokodil voert, in de hoop dat de krokodil hem als laatste op zal eten.
En door onze geopolitieke blindheid zijn wij de verzoener geworden.
Wij dachten dat onze openheid onze grootste kracht was. Dat handel de ander zou beschaven. Maar die openheid is tegen ons gebruikt. Onze afhankelijkheid is het wapen van de ander geworden.
De uitdaging waar we voor staan, is om uit te werken hoe we die openheid en onze waarden in de wereld waarin we nu leven, in ons voordeel laten werken. Zodat ze niet langer een kwetsbaarheid zijn die wordt geëxploiteerd, maar een kracht die ons beschermt.
Dat vraagt om weerbaarheid op elk front. Economisch. Militair. Maatschappelijk. Het vraagt om strategische soevereiniteit en een Europa dat de taal van de macht weer leert spreken. Zonder naïviteit. Zodat Nederland eindelijk volwassen wordt en voor zichzelf kan opkomen.
Dat zal mijn doel zijn als minister van Defensie.
Dat klinkt als een enorme uitdaging.
Maar alles om ons heen verandert in rap tempo en Nederland begint wakker te worden uit haar geopolitieke winterslaap.
We beginnen te zien dat geopolitiek volwassen worden betekent dat je moet opkomen voor je eigen veiligheid, in plaats van erop te wachten. In plaats van op anderen te leunen.
We zien in, dat handel, openheid en migratie een wapen kunnen zijn.
We bezuinigen niet meer op defensie, maar we investeren erin.
Een jaar geleden riep ik in een andere lezing op, om 3,5% van onze economie te investeren in onze veiligheid.
In onze defensie. Dat werd door sommigen met kritiek ontvangen, het zou te hoog zijn, niet nodig of een publiciteitsstunt.
Maar ik wist, wij weten, hoeveel er op het spel staat. Wij moeten zelf kunnen opkomen voor de veiligheid van Nederlanders, voordat het te laat is.
En ik zie het als een van de grote overwinningen van het komende kabinet dat we hier ook echt op gaan leveren. Dat we onze veiligheid eindelijk geven wat nodig is, met 3,5%.
En als er meer nodig is dan dat, zullen wij ook daarvoor staan.
Maar er is meer nodig dan alleen geld. Onze internationale veiligheid wordt niet alleen door defensie beschermd.
We leven in een tijd waarin oorlog al lang niet meer in loopgraven wordt gevoerd.
Waarin de grens tussen oorlog en vrede, lang niet meer zo duidelijk is.
Waarin kennis, en bezit van en controle over grondstoffen en energie, soms sterkere wapens zijn dan tanks en kogels.
En waarin we dagelijks gebruik maken van de voordelen van de moderne tijd, maar tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar die ons maken. Onze vitale infrastructuur, die helaas door kwaadwillenden met een paar drukken op de knop, plat kan worden gelegd. En daarmee pion is geworden in internationaal verkeer en mogelijke conflicten.
Dat is de tweede les die ik uit Kerdijks teksten haal: Laat de staat actief, maar begrensd optreden waar maatschappelijk problemen dat vereisen en zich terughoudend opstellen waar mensen zelf beter kunnen functioneren.
Liberalen, zoals Kerdijk, pleiten voor een compacte, kleine, zelfverzekerde staat. Maar we pleiten zeker niet voor een zwakke staat.
Oorlogen, spanningen en machtsverschuivingen raken ook ons. Ook als we niet direct zelf in oorlog zijn. Dat betekent dat we als samenleving stevig moeten zijn. Sterk moeten staan.
Binnen Europa en als Europese Unie in de wereld, moeten we voor onszelf kunnen opkomen.
Dat geldt niet alleen voor onze veiligheid. Maar zeker ook voor onze economie.
De Belgische Minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens, noemde Europa in 1991 een ‘economische reus, politieke dwerg en militaire worm’.
Over de laatste hebben we het net gehad, maar ook de economische reus lijkt soms geslonken, of heeft in elk geval haar hakken uitgedaan.
Niet alleen hebben we te lang naar anderen gekeken om voor onze veiligheid te zorgen, we hebben daarmee ook economisch achterover geleund. Met tot gevolg dat we ons hebben laten inhalen door machtsblokken, die hun kracht en onze afhankelijkheid, nu tegen ons kunnen gebruiken.
We moeten onze economie zelf sterk houden, zodat we sterk en veilig, klaar blijven staan voor de toekomst. De reus moet weer groeien en stevig staan.
We zullen immers niet alleen veel meer zelf verantwoordelijkheid moeten nemen en op eigen benen moeten staan, we zullen dat ook moeten financieren. En dat kan alleen met een sterke, veerkrachtige economie.
Een economie en een overheid die ruimte geeft aan ondernemerschap. Een economie waarin mensen durven investeren, bedrijven durven uitbreiden en talent de kans krijgt om zich te ontplooien.
Dat vraagt om een duidelijke koerswijziging. Ik heb als fractievoorzitter duidelijk gemaakt dat we weer radicaal moeten kiezen voor economische groei, en dat we onze werkenden voorop moeten zetten. En voor die boodschap zal ik mij ook de komende jaren blijven inzetten. We moeten onszelf weer serieus nemen als economische natie. Alleen zo kunnen we onze veiligheid en verdediging blijven financieren.
Maar het is meer dan dat. Een sterke economie, met een stevige basisindustrie, een moderne defensie-industrie, innovatieve startups en scale-ups, ruimte voor ondernemerschap, maakt ook dat we onze afhankelijkheid van landen waar we helemaal niet meer van afhankelijk willen zijn, doelgericht kunnen afbouwen. Afhankelijkheden die ons in moderne vormen van machtsstrijd kwetsbaar maken: in energie, in grondstoffen, in digitale infrastructuur en in strategische productieketens.
Wij liberalen zijn ons er zeer van bewust dat als ondernemers, als bedrijven het niet meer trekken in Nederland, door de enorm stijgende belastingen, kosten en verstikkende regels, zij niet alleen de banen en investeringen met zich meenemen, maar ook een stuk van de Nederlandse onafhankelijkheid.
Dat betekent dat de Nederlandse politiek wakker moet worden. Het bedrijfsleven niet meer zien als een pinautomaat voor alle plannen om de overheid groter te maken, maar zorgen dat we ondernemerschap juist koesteren en de overheid daar dienend aan laten zijn.
Van de kleine MKB’er tot de basisindustrie. Van de startende ondernemer tot eeuwenoude familiebedrijven. Zij vormen, samen met onze universiteiten en kennisinstellingen, unieke ecosystemen in ons land, die garant staan voor vooruitgang en groei.
Dat vraagt om een staat, die investeert in strategische autonomie, zonder naïviteit. Open waar het kan, beschermend waar het moet. Samenwerkend met bondgenoten, maar nooit achteloos over onze eigen kernbelangen. En vergis u niet, dit kunnen wij. Dit zit in ons DNA. Zo hebben we in onze geschiedenis, ons land altijd op de wereldkaart gezet.
Het is geen toeval dat iedereen ons kleine landje kent. Dat producten die over de hele wereld worden gebruikt, hier zijn bedacht.
Dat wij altijd de oplossingen hebben gevonden voor problemen waar de hele wereld mee kampt. Dat wij een handelsland zijn om rekening mee te houden.
Ons lef, ons ondernemerschap, onze werklust, het heeft allemaal bijgedragen aan het Nederland van vandaag. Onze welvaart is het resultaat van een liberale traditie waarin mensen de vrijheid hebben om hun dromen achterna te gaan, terwijl ze zelf heel goed voelen dat ze verantwoordelijkheid moeten nemen voor de wereld om hen heen.
Daar moeten we naar terug.
Veiligheid en economie worden vaak gezien als twee gescheiden werelden. Ook in de politiek. Maar het zijn, zoals u ziet, twee kanten van dezelfde munt. Je kunt niet veilig zijn zonder een sterke economie, en niet welvarend zijn zonder veilig te zijn.
Ook als Minister van Defensie zal ik mij de komende jaren dus inzetten voor een sterke economie. En voor een economie die ons veilig houdt.
Beste aanwezigen, het zal u niet verrassen dat de liberale blik waarmee Kerdijk onze samenleving bekeek, de liberale visie waarmee hij hem wilde inrichten, dicht aan ligt tegen de manier waarop ook ik als liberaal naar ons land kijk.
De afgelopen weken kwamen deze twee perfect samen, werkend aan deze lezing, in een periode waarin ik tegelijkertijd aan de onderhandelingstafel zat voor een nieuw kabinet.
Zeer regelmatig raakten zij elkaar, als wij daar spraken over onze voorstellen, onze maatregelen om ons land sterk, stabiel en gezond te houden.
Steeds weer kwamen voor mij dezelfde vragen terug:
Wat moet de overheid doen? En vooral: wat moet zij laten?
Liberalen geloven niet dat de staat het leven beter kan inrichten dan mensen zelf.
Wij geloven dat mensen, als ze vrijheid en vertrouwen krijgen, zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat de derde les van Kerdijk, die ik hier zou willen bespreken.
En rondkijkend in ons land moet ik als liberaal constateren: er is een hoop te doen. We hebben een samenleving gecreëerd waarin de overheid zich te weinig met kerntaken en te veel met het leven van Nederlanders bemoeit. En de gevolgen zijn groot.
We moeten nu ingrijpen, om onze vrijheid te bewaken.
Onze verantwoordelijkheid nemen en onze welvaart en weerbaarheid vergroten.
Ik ben trots op het eindresultaat van de onderhandeling van de afgelopen periode: een coalitieakkoord dat dit herkent en erkent.
Kerdijk zat als het ware bij ons aan tafel. En omgekeerd mag ik hier nu staan.
Een aantal van u zal ongetwijfeld hebben meegekregen hoe mijn leven in onvrijheid begon. In een land waar ik als kind mijn ouders op posters aan de muur zag hangen. Omdat ze gezocht werden.
Omdat door het regime niet werd geaccepteerd dat zij streden voor de vrijheid van andersdenkenden. Van mensen die gewoon zichzelf wilden zijn. En zelf de keuzes wilden maken om hun leven in te richten.
Mijn ouders hebben mij door hun strijd, door hun vlucht, de basis meegegeven voor mijn politieke drijfveren van vandaag.
Zij hebben mij laten zien hoe het leven eruit ziet als die basale vrijheden ontbreken.
Met een opvoeding waarin het belang van vrijheid rotsvast midden in de woonkamer stond. En zij hebben mij de vasthoudendheid meegegeven om ervoor te vechten.
Ons land vrij en veilig houden.
Ik zie het als mijn belangrijkste taak als politicus. Alles wat wij liberalen doen in politiek Den Haag, is hier naartoe te herleiden.
Voor mij is daarbij altijd de leidraad, de vraag die ik mijzelf stel: draagt wat ik doe, wat ik besluit, bij aan een sterker Nederland.
Aan een veiliger Nederland. En daarmee aan een vrijer Nederland.
Of dichterbij, concreter: worden mensen er vrijer van. Krijgen ze meer ruimte. Zit de overheid ze minder in de weg.
Want de waarheid is, veel vaker draagt de overheid bij aan een vrij land door iets níet te doen, dan door iets wel te doen. Door mensen vooral ruimte te laten.
De mensen die met elkaar dit land bouwen. Want dat doen wij niet in politiek Den Haag. Dat doen al die Nederlanders met elkaar.
Maar waar willen wij de staat dan wel zien? Waar en hoe vinden wij dat de staat er voor ons moet zijn?
Kerdijk had daar in zijn tijd, een duidelijke visie op. Een visie die mensen in deze tijd, ook van ons mogen verwachten. Want hoe zeer mensen ook zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven, voor bepaalde zaken zullen zij de staat, de overheid, altijd nodig hebben.
Voor mij als liberaal is het duidelijk. Juist nu juist in deze tijd, moet de overheid staan voor onze vrijheid en deze bewaken.
En heel vaak, bijna altijd, is dat door ruimte te laten. En op essentiële momenten door te handelen.
In de eerste en belangrijkste plaats, door ons land te verdedigen. Afschrikking en weerbaarheid vormen de basis van onze vrijheid.
Op dat terrein is er geen tijd te verliezen. Nederland moet substantieel investeren in zijn defensie en in internationale samenwerking. Dat is geen keuze, maar een noodzaak.
En precies die verantwoordelijkheid neemt dit nieuwe kabinet.
En die verantwoordelijkheid zal ik nemen.
Door te staan voor de veiligheid van Nederlanders. Nationaal en internationaal.
Door te staan voor onze manier van leven. Voor de normen en waarden die onze samenleving dragen.
Wie vrijheid en veiligheid serieus neemt, beschermt haar.
En die vrijheid, die verdienen we allemaal.
Die is van u,
Die is van al die mensen die nu hier buiten op het Plein een hapje eten na hun werk en genieten van hun vrije avond.
Die is van dat stel dat nu gearmd over straat loopt, dat van elkaar mag houden zonder dat iemand daar iets van vindt,
Die is van die ondernemer, die nu even rondkijkt in zijn zaak en blij is dat hij een goede dag heeft gedraaid. Om morgen weer hard door te werken.
De rode draad door deze voorbeelden, is ruimte.
Ruimte om je leven te leven.
Vrijheid klinkt groots en dat is het ook.
Maar vrijheid is niet alleen een groot politiek ideaal.
Het is ook iets heel concreets.
Of het begint met iets heel concreets.
Het begint bij de ruimte die mensen hebben om hun eigen leven vorm te geven. Om keuzes te maken die passen bij hun situatie.
Ik heb grote bewondering en veel waardering voor alle harde werkers, de mannen en vrouwen die iedere dag bouwen aan ons land, aan onze sterke economie.
Ook zij voelen hun vrijheid kleiner worden. Ondernemers die vooral regels ervaren, controles, formulieren en wantrouwen, soms letterlijk tot wanhoop gedreven.
Ik vergeet nooit de man die mij met tranen in zijn ogen vertelde hoe hij definitief de deur van zijn bedrijf dicht trok, omdat hij het niet meer kon bolwerken. Geknakt door regels en wantrouwen.
Ook dat is vrijheid die onder druk staat en beschermd moet worden.
Vrijheid is lang niet altijd groot.
En verdwijnt lang niet altijd ineens, door een oorlog.
Maar veel vaker sluipender. Dichterbij.
Stap voor stap.
Regel na regel, beperking na beperking.
In het dagelijks leven van mensen. In de manier waarop regels worden ervaren. In de hoeveelheid wantrouwen die soms spreekt uit beleid. In procedures die zo complex zijn geworden dat ze mensen eerder afremmen dan ondersteunen.
Vrijheid die langzaam verdwijnt. Bijna ongemerkt.
Doordat de overheid initiatief plat slaat.
En mensen uiteindelijk dat initiatief en die verantwoordelijkheid die ons land kenmerken, niet meer nemen.
Juist nu we dat zo hard nodig hebben.
Het is een symptoom van een overheid die niet meer als hoogste doel heeft om te dienen, maar elk risico probeert te vermijden.
Die met de beste bedoelingen, elk probleem met een nieuwe wet wil oplossen.
Die weer moet worden uitgevoerd door mensen die, ook weer met de beste bedoelingen, nieuwe regels gaan bedenken.
Die dan net weer niet voor iedereen werken, zodat elke uitzondering weer een extra regeling nodig heeft.
Het resultaat is een overheid die vastloopt in haar eigen regels. Mensen worden gek van een overheid die ze verstikt en betuttelt. Die van formulieren, regels, controles en vergunningen aan elkaar hangt.
Een overheid die altijd in de weg lijkt te zitten, maar tegelijkertijd nooit bereikbaar is. Die langzaam is als stroop. En vanuit een basis van wantrouwen lijkt te werken.
En zo doet de overheid precies het omgekeerde van wat ze zou moeten doen. In plaats van onze vrijheid te beschermen, is de overheid die juist gaan beperken. Dat moet anders.
Kerdijk was kritisch op een overheid die te veel wil sturen of overnemen. Omdat hij wist dat initiatief en creativiteit pas ontstaan wanneer mensen de ruimte krijgen om zelf te organiseren wat zij belangrijk vinden.
Wie vrijheid wil beschermen, moet mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. En wie verantwoordelijkheid serieus neemt, moet vrijheid durven geven.
Dat vraagt om vertrouwen.
Vertrouwen dat mensen in de regel het goede willen doen. Vertrouwen dat fouten soms onvermijdelijk zijn.
En vertrouwen dat niet alles vooraf dichtgeregeld hoeft te worden.
Dat betekent soms wel dat de waarheid hard en eerlijk kan zijn.
Niet alles wat kan gebeuren, moet worden voorkomen.
Niet elk risico is onacceptabel.
En niet elk probleem vraagt om een nieuwe wet.
We moeten een nieuw, werkbaar evenwicht vinden tussen bescherming en ruimte.
En dat vraagt ook om een beetje lef.
Om de bereidheid om soms nee te zeggen tegen nieuwe regels.
Om oude regels, die vast ooit met de beste bedoelingen zijn gemaakt, te schrappen.
Om vertrouwen als uitgangspunt te durven nemen, ook als dat je soms kwetsbaar maakt.
Maar de beloning is groot: een creatieve, veerkrachtige samenleving vol mensen die zélf verantwoordelijkheid nemen.
Kortom, als we ons land sterk en weerbaar willen houden, moeten we terug naar de kern van wat de overheid moet doen – en laten.
Vrijheid moet weer voelbaar worden in het dagelijks leven.
Wanneer mensen voelen dat hun initiatief ertoe doet, bruist ons land straks weer van de energie.
Zal iedereen zich betrokken voelen. Zullen mensen vanzelf weer verantwoordelijkheid nemen.
Dan willen mensen bijdragen aan iets dat groter is dan henzelf.
Dan groeit een samenleving van binnenuit.
Zoals het in Nederland decennia lang heeft gewerkt.
Dan vormen al die ondernemende mensen met elkaar, een sterke economie. Waar al dat initiatief, al dat werk, al die bedrijven, de basis zijn van onze economische kracht.
En die economie, dat verdienvermogen, die onafhankelijkheid, die bepaalt onze veerkracht. En die veerkracht bepaalt of we als land overeind blijven in een onrustige wereld.
Wie economische kracht wil behouden, moet vrijheid beschermen.
Dames en heren,
Vrijheid, welvaart en veiligheid zijn geen losse begrippen. Ze vormen een samenhangend geheel. Ze versterken elkaar, maar als het evenwicht verdwijnt, kunnen ze elkaar ook ondermijnen. Daarom vragen ze om bewuste keuzes. Liberale keuzes.
Ze vragen om een investering.
Om koesteren, wat ons vrij maakt. Wat ons sterk maakt.
Om los te laten wat kan en vast te houden wat we niet kunnen missen.
Of, zoals Kerdijk het verwoordde, een vrije samenleving is veerkrachtiger, innovatiever en beter bestand tegen schokken.
Juist omdat zij rust op betrokken burgers, niet op een allesomvattende staat.
Alleen zo, houden wij met elkaar Nederland vrij en veilig.
Het was de basis van mijn handelen als fractievoorzitter, van mijn onderhandelen voor dit kabinet.
Het zal mijn basis zijn als minister en vice premier.
En het zal mijn persoonlijke drijfveer zijn en blijven, als politica en als leider van mijn partij.
Want het is de enige weg die ons land sterk en weerbaar houdt in een onzekere wereld.
Dank u wel.