VVD WCL – 06.03.2026
Afgelopen week nam ik als lijstrekker VVD WCL deel aan twee verkiezingsdebatten in onze gemeente: op 3 maart in Theater Calypso in Wijk bij Duurstede en op 5 maart in Dorpshuis De Toekomst in Langbroek. Twee avonden met een volle zaal, betrokken inwoners en stevige onderwerpen – van woningbouw tot bereikbaarheid en participatie. Maar ook twee avonden die mij met een dubbel gevoel achterlieten.
Niet omdat het slecht ging. Integendeel.
Voor de VVD waren het eigenlijk heel prettige debatten.
In Calypso zat de zaal helemaal vol. Voor ons als VVD was dat een bijzonder moment. Na twee jaar zonder raadsfractie – een periode waarin onze toenmalige fractie opstapte en als zelfstandige lokale partij verder ging – stonden we weer op het podium om ons verhaal te vertellen.
En dat kon in alle rust.
De debatten, strak en prettig geleid door Donatello Piras van het Nederlands Debat Instituut, gingen over duidelijke thema’s: woningbouw en de toekomst van Wijk bij Duurstede, bereikbaarheid – waaronder de rotonde De Geer – en de financiële situatie van de gemeente.
Het gaf ruimte om ons verhaal neer te zetten: bouwen om doorstroming te creëren, investeren in bereikbaarheid en tegelijkertijd de gemeentelijke financiën op orde krijgen – en houden.
Het gesprek verliep rustig. Misschien zelfs té rustig.
Journalist Wim van Amerongen van het AD/UN merkte na afloop in een krantenartikel op (https://www.ad.nl/wijk-bij-duurstede/opmerkelijk-lijsttrekkers-reppen-met-geen-woord-over-bestuurscrisis-in-wijk-bij-duurstede-tijdens-verkiezingsdebat~ada116d8/) dat het debat wel erg gezapig was. En eerlijk gezegd: daar zat wat mij betreft een kern van waarheid in.
Want twee belangrijke onderwerpen bleven vrijwel volledig buiten beeld.
Een voor de hand liggende vraag is natuurlijk: waarom breng je dat zelf niet in? Misschien had ik dat nog nadrukkelijker kunnen proberen. Tegelijkertijd liep het debat strak langs vooraf vastgestelde stellingen met beperkte spreektijd per partij. Daardoor is het lastig om onderwerpen die niet in de stellingen zitten uitgebreid te agenderen. In een kort interruptiemoment heb ik het nog aangestipt, maar het leidde niet tot een inhoudelijke discussie. Juist daarom benoem ik het hier alsnog.
Het eerste onderwerp is de bestuurlijke cultuur van de afgelopen raadsperiode.
Die periode was onrustig. We zagen afsplitsingen en fusies van fracties, het vertrek van een wethouder, uiteindelijk het aftreden van een volledig college na integriteitskwesties, een beschadigd ambtenarenapparaat, meerdere burgemeesterswisselingen, en een gemeentebestuur dat al bijna een half jaar tijd volledig ad interim functioneert.
Dat is veel voor een gemeente van onze omvang.
Juist daarom zou het goed zijn geweest als daar in een verkiezingsdebat ook open op was teruggekeken. Niet om oude rekeningen te vereffenen, maar om te laten zien wat ervan geleerd is en hoe we ervoor zorgen dat het gemeentebestuur in de komende periode weer stabiel en betrouwbaar functioneert.
Het tweede onderwerp dat nauwelijks aan bod kwam is asielopvang
De gemeenteraad heeft ingestemd met opvang van asielzoekers. Sommige partijen deden dat met meer overtuiging dan anderen, maar het besluit ligt er. (https://www.wijksnieuws.nl/lokaal/politiek/1256871/analyse-van-de-wijkse-verkiezingsprogrammas-veiligheid-asiel-)
Tegelijk hoor je in het publieke debat soms stevige uitspraken tegen opvang, terwijl in de besluitvorming uiteindelijk wel met het voorstel is ingestemd. Dat verschil tussen politieke retoriek en bestuurlijke realiteit zou in een debat best wat meer aandacht mogen krijgen.
Want asielopvang is geen abstract vraagstuk. Het gaat om de uitvoering van landelijke wetgeving die lokaal moet worden ingepast – in onze wijken, met onze voorzieningen en (grotendeels) binnen onze gemeentelijke begroting.
En dat vraagt om realisme.
Je kunt als lokale politiek simpelweg “nee” roepen. Maar daarmee verdwijnt de wettelijke opgave niet. In dat geval bestaat de kans dat Rijk of provincie gebruikmaken van hun aanwijsbevoegdheid en zelf bepalen waar opvang komt, in welke vorm en tegen welke voorwaarden – waaronder financiële voorwaarden die wij als gemeente moeten ophoesten en maar beperkt hebben. (https://www.vvd.nl/lokaal-netwerk-wijk-bij-duurstede/nieuws/besturen-is-ook-zeggen-wat-er-niet-op-de-slides-stond)
Je kunt ook simpelweg “ja” zeggen en hopen dat het vanzelf goed gaat.
Maar ook dat is geen serieuze aanpak.
De realiteit is dat opvang randvoorwaarden nodig heeft: veiligheid en leefbaarheid voor bewoners en inwoners en betaalbaarheid voor de gemeente. Want laten we eerlijk zijn: dit gaat onze gemeente niet alleen geld kosten, maar ook grip op een veilige en leefbare opvang als we geen randvoorwaarden vóóraf stellen.
Juist daarom moet je als gemeente niet wegkijken, maar sturen – tijdig sturen, op randvoorwaarden voor een veilige, leefbare en betaalbare opvang voordat Provincie of Rijk de regie dwingend overneemt.
En dat betekent: duidelijke voorwaarden stellen aan opvanglocaties, in gesprek gaan met provincie en Rijk over realistische uitvoering en – waar mogelijk – regionaal samenwerken zodat de lasten verlegd of verdeeld worden.
Kortom: werk aan de winkel.
Werk dat eigenlijk al begonnen had moeten zijn.
Het debat in Langbroek had vervolgens een andere sfeer. Voor mij persoonlijk voelde het een beetje als een thuiswedstrijd – als Langbroeker voelt zo’n avond toch net anders.
De stellingen gingen daar onder andere over verkeersveiligheid, woningbouw op landbouwgrond en participatie van inwoners bij gemeentelijke besluiten.
Dat leverde goede gesprekken op over bereikbaarheid en de toekomst van het dorp.
Maar ook daar bleef het debat vaak binnen veilige lijnen. Misschien is dat ook wel begrijpelijk. Lokale verkiezingsdebatten zijn zelden gladiatorengevechten.
Toch mag het debat soms best – met respect voor de verhoudingen – wat scherper worden, juist wanneer het gaat over de grotere keuzes waar onze gemeente voor staat.
Gelukkig volgen er nog twee momenten.
Volgende week zijn er nog het debat in Dorpshuys Cothen en het leerlingendebat op het Revius Lyceum.
Misschien ontstaat daar alsnog ruimte voor de vragen die tot nu toe bleven liggen.
Wat hebben we geleerd van de bestuurlijke onrust van de vorige periode? Hoe zorgen we dat het gemeentebestuur weer stabiel en betrouwbaar wordt? En hoe gaan we realistisch om met de uitvoering van landelijke verplichtingen zoals asielopvang?
Dat zijn geen makkelijke vragen.
Maar het zijn wel vragen waar inwoners recht op hebben – en waar de lokale politiek uiteindelijk gewoon antwoord op moet geven.