Afgelopen donderdag heeft de gemeenteraad met 11 tegen 9 stemmen ingestemd met de aankoop van de Zilverfabriek als nieuw gemeentehuis. Na het wegen van voor- en nadelen heeft VVD Voorschoten voor dit voorstel gestemd. Dat was geen eenvoudige afweging: onze fractievoorzitter Piet Hein Reidsma noemde het “een duivels dilemma”.
Net zoals bij andere partijen in de raad waren er ook in onze achterban voor- en tegenstanders over de mogelijke aankoop van de Zilverfabriek. Onze fractievoorzitter benoemde dat het debat over de huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Gemeente Voorschoten en die van de sociaal-maatschappelijke partners Voorschoten Voor Elkaar en het Centrum Jeugd & Gezin al meer dan 20 jaar gevoerd wordt, en dat er sinds 2013 niet meer geïnvesteerd is in de bestaande gebouwen omdat iedereen er steeds van uitging dat er besloten zou worden tot grootschalige renovatie.
Zowel in 2024 als in 2025 stuurde de Ondernemingsraad een brandbrief aan de gemeenteraad waarin het de noodklok luidde over het uitblijven van besluitvorming over de huisvesting. Ook arbo-technisch voldeed de werkomgeving niet meer aan de vereisten van deze tijd. Eind vorig jaar stemde de gemeenteraad in met een omvangrijke renovatie en vernieuwbouw van het bestaande gemeentehuis voor 16,7 miljoen euro; dit plan heette ‘scenario E’.
Voortschrijdend inzicht leert dat dat toenmalig budget inmiddels ruimschoots onvoldoende is. Nieuwe ramingen voor scenario E komen op meer dan 22 miljoen euro, met daarbij significante onzekerheden over duur en omvang van de vernieuwbouw — en daarmee aanmerkelijke financiële risico’s. Vrijwel zeker zou dit plan niet binnen de huidige raadsperiode 2026-2030 gerond zijn.
Begin dit jaar kwam de optie om de Zilverfabriek te kopen op tafel; dit plan heet scenario F. Dat is een scenario waarbij de onzekerheden beduidend beheersbaarder zijn dan in scenario E, en waarin het aannemelijk is dat voor het eind van deze raadsperiode de transitie afgerond is. Door de raad is per amendement van CDA Voorschoten, VVD Voorschoten en PRO Voorschoten een taakstellend budget aan het college opgelegd, zodat geborgd is dat de kosten niet meer zullen zijn dan het toegekend budget. Dit budget omvat de aankoopsom (ongeveer 8 miljoen euro) en de verbouwings- en verduurzamingskosten (ongeveer 13 miljoen euro).
Voor VVD Voorschoten was het geen optie om opnieuw geen besluit te nemen over de huisvesting van het gemeentelijk ambtenarenapparaat en van de sociaal maatschappelijke organisaties Voorschoten Voor Elkaar en het Centrum Jeugd & Gezin. Er wordt immers al meer dan 20 jaar in de gemeenteraad gesproken. Teruggaan naar de tekentafel zou qua tijd (plan- en ontwerpfase, aanbesteding, bezwaar- en beroepsprocedures en bouw) een vertraging van minimaal 7 jaar betekenen. En een berekening op basis van kengetallen liet ons zien dat nieuwbouw op een alternatieve locatie minimaal 18 miljoen euro kost — prijspeil 2026. Op het moment dat een nieuw propositie naar de markt gebracht kan worden is dat bedrag naar alle waarschijnlijkheid al stevig toegenomen: de bouwmarkt in Nederland is overspannen, en dat zal de komende jaren niet afnemen. Omwille van deze argumenten heeft de VVD Voorschoten dan ook tegen een motie van D66 Voorschoten en SP Voorschoten gestemd die het college opriep om een nieuw scenario G te ontwikkelen.
De mogelijkheid om op korte termijn naar een bestaand kantoorgebouw te verhuizen, waarvoor naar verhouding in omvang en tijd beperkte en beter beheersbare investeringen vereist zijn maakt de Zilverfabriek vanuit financiële optiek de meest aantrekkelijke optie. De VVD Voorschoten heeft het voorstel beoordeeld en afgewogen tegen de alternatieven op basis van onze ervaringen met omvangrijke publieke investeringen in een privaatrechtelijke omgeving. Onze conclusie was dat scenario F voor de Gemeente Voorschoten het beste voorstel was.
Dat laat onverlet dat er allerlei andere, niet-financiële argumenten ook gewogen zijn, die zowel voor- als nadelen kennen. Het was voor ons duidelijk dat, net als bij andere partijen in onze gemeenteraad, de breuklijnen dwars door onze achterban liepen: er waren voor- en tegenstanders. Dat maakt het voor ons ingewikkeld om een standpunt in te nemen.
Een belangrijk niet-financieel argument voor onze fractie was dat als besloten zou zijn om na 20 jaar debat in de raad alsnog geen besluit te nemen over adequate huisvesting van ons gemeentelijk apparaat het signaal zou hebben gegeven naar de provincie en omliggende gemeenten dat de Gemeente Voorschoten niet in staat is om zichzelf te besturen. Dat donderdagavond nu wel een besluit is genomen geeft het signaal af dat deze gemeenteraad gelooft in de kracht van Voorschotens bestuurlijke zelfstandigheid en bereid is om daar langjarig in te investeren. Op grond van de financiële afwegingen en omdat wij als VVD Voorschoten veel belang hechten aan de bestuurlijke zelfstandigheid van de gemeente Voorschoten hebben wij voor het investeringsvoorstel Zilverfabriek gestemd.
Een ander belangrijk niet-financieel argument is dat goed werkgeverschap ook in onze liberale overtuiging een belangrijke waarde is, en dat het 20 jaar debat hoog tijd is om een besluit te nemen over de huisvesting van onze ambtenaren en medewerkers.
Onze besluitvorming over dit voorstel is niet lichtzinnig gegaan, er is veel over gesproken en tal van argumenten zijn gewogen en meegenomen. Het is wel een besluit dat onder grote tijdsdruk genomen moest worden; we konden niet opnieuw 20 jaar debatteren. Veel raadsleden, ook die van de VVD Voorschoten, hadden het moeilijk met die tijdsdruk. Daar staat tegenover dat in het openbaar bestuur er ook momenten zijn waarop bestuurlijke moed en een zeker opportunisme noodzakelijk zijn. Bij dit scenario F was dat noodzakelijk, dit was een kans die maar één keer voorbij kwam, en de VVD Voorschoten is ervan overtuigd dat we het juiste besluit hebben genomen.
Laatstelijk nog over de langetermijn-ramingen van de gemeentelijke schuldquote. Natuurlijk baren die ramingen ons zorgen. Er zijn echter belangrijke nuancerende kanttekeningen te maken bij deze ramingen, onder meer over de effecten van indexatie, inwonersgroei en het verondersteld tempo van uitvoering van noodzakelijke publieke investeringen, waardoor vraagtekens geplaatst kunnen worden over de geraamde snelheid waarmee de quote zou stijgen alsook de geraamde niveaus van de quote. Natuurlijk blijft de VVD Voorschoten scherp oog houden voor de ontwikkeling van de schuldquote, en zullen wij waar nodig het college opdragen om actief bij te sturen.
Wat wel waar is, is dat de quote gaat stijgen. Dat is onvermijdelijk met de verschillende investeringsopgaven waar onze gemeente voor staat. En daarin is Voorschoten niet uniek: er zijn veel gemeenten waar allerlei publieke voorzieningen inmiddels 50+ jaar oud zijn en waar diverse omvangrijke en noodzakelijke investeringsproposities in publieke voorzieningen in relatief korte tijd op tafel komen.
Gemeenten zullen die spiegel ook aan het Rijk en de Provincie voorhouden: het niet doen van die noodzakelijke investeringen is geen optie; zie ook de woningbouw- en mobiliteitsopgave die in het hele land speelt — en zeker niet in het minst in de provincie Zuid-Holland waar het Rijk voornemens is om meer dan 280.000 (!) nieuwe woningen te realiseren in de komende 10 jaar, en waar vrijwel het volledige provinciale wegennetwerk (ruim 500 km) moet worden vernieuwd of gerenoveerd.
De VVD Voorschoten zal daarom altijd kritisch oog houden voor de programmering van de besluitvorming en de uitvoerbaarheid van die investeringsopgaven. Wij zijn ervan overtuigd dat bij het nieuwe college dat op 18 juni zal aantreden in goede handen is.