De woningmarkt in Delft is, net als in grote delen van Nederland, erg krap. Om die reden vindt de Delftse VVD het bouwen van woningen vanzelfsprekend een prioriteit. Wat blijkt echter: het bouwtempo loopt achter op de planning. Dit is wat de Delftse VVD betreft niet uitlegbaar en moet dan ook anders.
De vertraging is direct gerelateerd aan de keuzes die het vorige college heeft gemaakt: de nadruk op sociale huurwoningen en aanvullende eisen, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid, zorgen ervoor dat business cases niet rondkomen en de bouw vertraagt.
De nadruk op sociale huur is niet alleen contraproductief maar ook niet uitlegbaar. De krappe woningmarkt in Delft geldt in het bijzonder namelijk voor koopwoningen. In Zuid-Holland is Delft, op Rotterdam na, de gemeente met het laagste percentage koopwoningen en het hoogste percentage corporatiewoningen (voornamelijk sociale huur en studentenwoningen).
Het landelijke streefcijfer is 30% aan sociale huur. In gemeenten met een hoger aandeel sociale huur, zoals Delft met een percentage van 33%, is het juist noodzakelijk in het segment daarboven te bouwen, zowel koop als huur in de categorie betaalbaar.
De huidige onbalans in de planvoorraad vertraagt de bouw van woningen, beperkt de doorstroming en vergroot de kans op scheefwonen, waarbij bewoners met een te hoog inkomen in hun sociale huurwoning blijven zitten omdat er geen andere woning beschikbaar is in de vrije sector. Nu al zijn er landelijk meer dan 500 duizend huishoudens die scheefwonen.
Meer balans in de woningvoorraad zorgt voor meer beschikbare huizen voor middeninkomens die nu tussen wal en schip vallen. Tegelijkertijd zorgt dit voor meer doorstroming waardoor vanzelf meer beschikbare sociale huurwoningen beschikbaar komen.
Kortom, de Delftse VVD wenst de formerende partijen veel wijsheid toe en gaat ervan uit dat ze zich laten leiden door de feiten. Door meer ruimte te bieden voor betaalbare koop- en huurwoningen, zodat de woningbouw en doorstroming eindelijk op gang komen.