Inloggen Lid worden

Mobiliteit ís vrijheid

20 februari 2026

Mobiliteit is vrijheid: VVD Fryslân trekt duidelijke lijn bij nieuw mobiliteitsbeleid

De provincie werkt aan een nieuw Regionaal Mobiliteitsprogramma: RMP 2.0. Dat klinkt technisch, maar voor Friezen gaat het over iets heel concreets: kun je op tijd op je werk zijn, kom je bij je dokter, kan je kind veilig naar school fietsen, en blijft het platteland bereikbaar. Als oppositiepartij is VVD Fryslân constructief, maar ook scherp: mobiliteit moet draaien om vrijheid, veiligheid en realistische keuzes – niet om abstracte ambities.

Daarom heeft de VVD in de Statenvergadering van 18 februari twee moties ingediend: “Ultimum Rem(edium)” en “De Wagen Blijven Verdragen”. Hiermee leggen we duidelijke liberale piketpaaltjes voor het nieuwe mobiliteitsbeleid.

In onze provinciale verkiezingsprogramma’s staat het al jaren centraal: Fryslân moet een provincie zijn waar je kunt wonen, werken en leven zoals jij dat wilt – met goede bereikbaarheid als basis. De klassieke liberale waarden van vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid zijn daarbij het vertrekpunt.

In de bijdrage namens de VVD bij het debat over de startnotitie voor RMP 2.0 verwoordde woordvoerder Martijn Brands dat zo:

Mobiliteit ís vrijheid. De vrijheid om te gaan en staan waar je wilt, wanneer jij dat wilt. (…) Mobiliteit is geen technocratisch puzzeltje. Het gaat om leven kunnen leiden zoals jij dat wilt: je kinderen naar sport brengen, boodschappen doen, je ouders bezoeken, ondernemen, recreëren, dromen najagen.

Die vrijheid staat ook onder druk door landelijke discussies over “publieke mobiliteit”, strengere regels en krappe budgetten. Daarom wil de VVD dat in RMP 2.0 helder wordt vastgelegd: Friezen houden echte keuzevrijheid in hoe ze zich verplaatsen, of dat nu lopend, met de fiets, met OV, deelvervoer of met de auto is.

Motie “Ultimum Rem(edium)”: eerst échte veiligheidsmaatregelen, dan pas afwaarderen

Verkeersveiligheid is voor de VVD geen bijzaak, maar hoofdzaak. Fryslân heeft de ambitie om in 2040 nul verkeersdoden te hebben, terwijl er nu gemiddeld 33 verkeersslachtoffers per jaar vallen. Daar horen serieuze maatregelen bij.

In de motie “Ultimum Rem(edium)” vraagt de VVD dat de provincie helder vastlegt dat:

  • verkeersveiligheid op N-wegen primair wordt verbeterd met de meest effectieve maatregelen, zoals veilige kruispunten, rotondes, rijrichtingscheiding en senior-proof fietsinfrastructuur;

  • afwaardering van provinciale wegen (bijvoorbeeld van 100 naar 60 km/uur en/of functiewijziging) alleen als uiterste redmiddel wordt ingezet, als andere maatregelen aantoonbaar onvoldoende effect hebben.

In de Statenbijdrage is dat zo verwoord:

Wat we steeds vaker zien, is dat afwaardering van provinciale wegen wordt gebruikt als snelle, goedkope ‘oplossing’. En eenmaal afgewaardeerd krijgen we ze niet meer terug. (…) Het maakt onze provincie minder bereikbaar, en dus minder vrij.

Deze lijn sluit nauw aan bij het landelijke VVD-standpunt: investeer in veilige, vlotte infrastructuur – met goede N-wegen, veilige kruispunten en stevige handhaving – in plaats van de auto overal weg te duwen.

Motie “De Wagen Blijven Verdragen”: auto blijft volwaardig in het Friese mobiliteitsbeleid

De tweede motie, “De Wagen Blijven Verdragen”, gaat over iets wat elke Fries op het platteland herkent: zonder auto kom je vaak nergens. Dat is geen luxe, maar simpelweg noodzaak.

In de motie constateren we dat:

  • de auto in grote delen van Fryslân onmisbaar is voor werk, onderwijs, zorg en sociale contacten;

  • veel inwoners verspreid over het platteland wonen, met grote auto-afhankelijkheid;

  • keuzevrijheid en zelfbeschikking in mobiliteit juist daar hoog worden gewaardeerd.

De VVD vraagt Gedeputeerde Staten daarom:

  • in RMP 2.0 expliciet te borgen dat de auto als volwaardig vervoersmiddel wordt erkend;

  • te voorkomen dat de uitwerking van het programma uitmondt in een generieke ontmoediging van autogebruik in het landelijk gebied.

In de debatbijdrage is dat principe helder gemaakt:

De auto blijft voor Fryslân onmisbaar. Mobiliteitsbeleid moet aantonen dat alternatieven realistisch zijn, niet hypothetisch. We gaan voorkomen dat ‘auto-onvriendelijk’ een beleidsdoel op zichzelf wordt. Vrijheid in mobiliteit betekent keuzevrijheid; geen opgelegde gedragsverandering.

Dat past naadloos bij zowel het provinciale programma – waar bereikbaarheid van dorpen en stad en ruimte voor de auto centraal staan – als bij het landelijke VVD-programma, dat inzet op betaalbaar autorijden, investeren in infrastructuur en het verbeteren van regionale bereikbaarheid, bijvoorbeeld via de Lelylijn en maatwerk in gebieden waar regulier OV niet (meer) rijdt.

Voor VVD Fryslân is de inzet helder: een provincie waar mobiliteit soepel, veilig en vrij verloopt, zodat mensen kunnen werken, leren, sporten en leven zoals zíj dat willen. Precies daarvoor hebben we deze twee moties ingediend – en daar blijven we ons, samen met inwoners en ondernemers, voor inzetten.

Confidental Infomation