Gisteren mocht ik, met en namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, een zogenoemd stembusakkoord van het COC Nederland ondertekenen. Met dit akkoord ondersteunen wij de oproep om de veiligheid en leefbaarheid van de LHBTI+ gemeenschap – ook in Groot Wijk – actief te beschermen én te versterken.
Het was, wat mij betreft, een verdrietige handtekening.
Verdrietig, omdat het in een vrije samenleving vanzelfsprekend zou moeten zijn dat iedereen veilig zichzelf kan zijn. Verdrietig ook omdat de actualiteit laat zien dat dit nog steeds niet zo is. Zelfs nu nog, in het Nederland van vandaag, worden mensen vanwege wie zij zijn of van wie zij houden geconfronteerd met vijandigheid en intimidatie. De recente ervaringen van premier Rob Jetten, die kort na zijn aantreden een golf van homofobe reacties ontving, onderstrepen dat dit probleem niet abstract is, maar reëel en dichtbij.
En daarom zette ik – hoe verdrietig ook – mijn handtekening.
Omdat dit nodig is. Omdat zwijgen geen neutraliteit is. Omdat vrijheid alleen blijft bestaan wanneer zij zichtbaar wordt verdedigd.
In een liberale wereld horen regenbogen thuis – al dan niet met een pot goud. En dus ook deze.
Onze Open Samenleving moet open zijn. Zij moet veilig zijn. Zij moet leefbaar zijn voor allen die het principe respecteren waarop zij rust: gun de ander de vrijheid die je zelf ook wilt hebben. Dat is de kern van de (Popperiaanse) Open Samenleving – geen opgelegd conformisme, maar wederzijdse vrijheid binnen gedeelde spelregels.
Dit akkoord is daarom geen symboolpolitiek, maar een praktische belofte: wij zien wat nodig is en willen helpen het waar te maken.
Tegelijk hoop ik vurig dat wij ooit in een wereld leven waarin dit soort akkoorden overbodig zijn. Een wereld waarin veiligheid geen beleidsdoel meer is, maar een vanzelfsprekendheid.
Tot die tijd bekennen wij kleur.
Met dank aan Ricardo, die zo vriendelijk was ons tijdens een masterclass te bezoeken en de ondertekening mogelijk te maken.