Wat hebben gemeentefinanciën en grammatica met elkaar gemeen? Meer dan je denkt. Tijdens onze masterclass Rijks- & Gemeentefinanciën met VVD-coryfee Arno Visser – voormalig wethouder van Almere, oud-president van de Algemene Rekenkamer en tegenwoordig voorzitter van Bouwend Nederland – ontdekten wij als VVD-fractie Groot Wijk in spe dat goed bestuur begint bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs: de juiste ordening van woorden, begrippen en afspraken.
Oftewel: syntaxis.
Wij willen na de verkiezingen van 18 maart opnieuw goed beslagen ten ijs komen in de raad van Wijk bij Duurstede. Dat vraagt meer dan politieke overtuiging. Het vraagt financieel inzicht, bestuurlijke discipline en – vooral – helder denken vóórdat we handelen.
Tijdens de masterclass namen we een duik in de fundamenten van het financieel bestuur. We verkenden het verschil tussen het kasstelsel van het Rijk en het baten- en lastenstelsel van gemeenten. Twee systemen, twee werkelijkheden. Wie die door elkaar haalt, verliest grip. Wie ze begrijpt, ziet waar kansen liggen – én waar risico’s ontstaan.
We spraken over de lump sum-uitkering uit het gemeentefonds. Die biedt vrijheid, maar geen vrijblijvendheid. Elke euro die niet naar een wettelijke taak gaat, is een politieke keuze. En structurele uitgaven structureel dekken is geen boekhoudkundige formaliteit, maar een kwestie van bestuurlijke eerlijkheid. Het dekken van vaste lasten met incidentele meevallers lijkt onschuldig, maar schuift problemen door naar morgen.
In dat licht kwam ook de betekenis van de norm van Gerrit Zalm – de Zalm-norm – voorbij: discipline bij meevallers, voorzichtigheid bij tegenvallers. Geen structureel beleid bouwen op tijdelijk geluk. Een les die ook lokaal relevant is.
En dan de discussie over het verhogen van de OZB. Politiek gevoelig, maar financieel vaak beperkt effectief. Als de financiële opgave vele malen groter is dan wat een OZB-verhoging kan oplossen, dan moet de blik eerst naar de echte knoppen: prioriteren, heroverwegen, efficiënter organiseren, stopzetten. Hetzelfde geldt voor de hondenbelasting: bestuurlijk veel gedoe, financieel weinig structurele oplossing.
Het meest indringende deel van de avond ging over decentralisaties, in het bijzonder de jeugdzorg. In 2015 werd ongeveer 11 miljard euro naar gemeenten overgeheveld. Van de ene op de andere dag. Zonder helder veranderplan. Met effecten die ook in Wijk bij Duurstede nog steeds voelbaar zijn in onze begroting. De les is duidelijk: taken overnemen zonder scherpe definiëring van doel, randvoorwaarden en meetcriteria leidt tot jarenlange financiële spanning.
En precies daar kwam syntaxis terug als rode draad.
Hoe noemen we wat we doen?
Wat verstaan we onder “voldoende zorg”?
Wat zijn succescriteria?
Hoe meten we voortgang?
Wanneer sturen we bij?
Zonder gedeelde definities en duidelijke zinsbouw in ons beleid spreken bestuurders, ambtenaren en partners ieder hun eigen taal. Dan krijgt iedereen zijn eigen gelijk, maar ontstaat geen gemeenschappelijk begrip. En zonder gemeenschappelijk begrip geen effectieve sturing.
Dat inzicht namen we mee naar het recente besluit om jeugdzorgdiensten samen met buurgemeenten in te kopen. Hebben we vooraf scherp genoeg geformuleerd wat het Wijkse belang is? Is onze verordening voldoende precies? Zijn informatiestromen, meetmomenten en bijsturingscriteria helder vastgelegd? Met andere woorden: hebben we de syntaxis van deze samenwerking zorgvuldig opgebouwd?
De boodschap van Arno Visser was even eenvoudig als krachtig: bezint eer ge begint.
Voor ons als VVD-fractie betekent dat: blijven leren. Niet alleen inhoudelijk, maar ook in onze samenwerking onderling, met politieke partners en met de gemeenschappen van Wijk, Cothen en Langbroek. Daarom hebben we afgesproken over een half jaar opnieuw met Arno de hei op te gaan: reflecteren op onze eigen prestaties en onszelf de vraag te stellen hoe het beter kan.
Goed bestuur is geen kwestie van mooie woorden of snelle besluiten (nieuwbouw Cothen Oost?). Het is de kunst van het zorgvuldig ordenen van doelen, middelen en verantwoordelijkheden. Zoals in een goede zin elk woord op de juiste plek staat, zo moet in een gezonde gemeente elke euro, elke taak en elke afspraak logisch samenhangen.
Dat is de syntaxis van goed bestuur.