Inloggen Lid worden

Waarom nu? Cothen Oost. Over gezag, timing en verantwoordelijkheid

25 februari 2026

VVD WCL – 25.02.2026

In de laatste raadsvergadering vóór de verkiezingen – op 24 februari – nam de gemeenteraad van Wijk bij Duurstede een besluit over woningbouw in Cothen Oost. Dat besluit is juridisch mogelijk, maar bestuurlijk en politiek beladen. Het betreft geen kleine ingreep, maar een richtinggevende keuze over de uitbreiding van de dorpsrand, met een eerste fase van circa vijftig woningen en de mogelijkheid van een latere ontwikkeling die kan uitgroeien tot enkele honderden woningen.

Juist daarom is niet alleen de inhoud van belang, maar ook de timing en de bestuurlijke context waarbinnen dit besluit is genomen.

Dit besluit viel in een overgangsperiode: vlak vóór de verkiezingen, met een minimale meerderheid, onder een interim-bestuur en zonder een actieve burgemeester. Formeel is dat toegestaan. Maar bestuur vraagt meer dan formele bevoegdheid alleen. Het vraagt gevoel voor legitimiteit, voor timing en voor de maatschappelijke betekenis van besluiten die de leefomgeving ingrijpend veranderen.

Cothen Oost gaat niet over een straatje erbij. Het gaat over de structuur van het dorp, de overgang naar het open landschap, verkeersstromen, de volgorde van inbreiding en uitbreiding, en over eigendomsverhoudingen die nog niet volledig uitgekristalliseerd lijken. Het gaat over een eerste stap die – hoe beperkt ook gepresenteerd – richtinggevend kan zijn voor verdere groei.

Daarmee is dit geen technisch besluit. Het is een koersbepalende keuze.

Een raad die weet dat haar mandaat binnen enkele weken afloopt, moet zich in zo’n geval een eenvoudige maar wezenlijke vraag stellen: nemen wij een noodzakelijke beslissing, of leggen wij een spoor dat onze opvolgers feitelijk niet meer kunnen verlaten?

In het publieke bestuur bestaat een ongeschreven norm van terughoudendheid in overgangsperiodes. Niet alles wat juridisch mag, is bestuurlijk verstandig. Juist wanneer besluiten diep ingrijpen in ruimte, landschap en gemeenschap, vraagt bestuurlijke wijsheid om maximale legitimiteit.

Waarom moest dit besluit dan nu genomen worden?

De druk om woningbouw te realiseren is reëel. Gemeenten staan voor grote opgaven en worden aangesproken op hun bijdrage aan regionale woningbehoefte. Urgentie is echter geen rechtvaardiging voor bestuurlijke haast. Urgentie vraagt om draagvlak en zorgvuldigheid, niet om versnelling voorbij twijfel.

Een tweede verklaring kan liggen in strategische verankering. Een eerste besluit – hoe bescheiden gepresenteerd ook – creëert richting. Het verschuift de discussie van de vraag óf er wordt uitgebreid naar de vraag hóe en in welke omvang. Dat is bestuurlijk effectief. Maar het vraagt juist daarom om transparantie en een breed gedragen mandaat.

Een derde factor kan electorale onzekerheid zijn. Een nieuwe raad kan andere accenten leggen. Door vóór de verkiezingen te besluiten, wordt koersvastheid gecreëerd. Maar verkiezingen zijn juist het moment waarop inwoners zich uitspreken over koers en prioriteiten. Ingrijpende besluiten kort vóór dat moment nemen, schuurt met die democratische logica.

De bestuurlijke context versterkt die spanning. Een burgemeester vervult niet alleen een voorzittersrol, maar bewaakt ook procesintegriteit, zorgvuldigheid en maatschappelijk vertrouwen. Bij een verdeeld dossier is die rol essentieel. Wanneer die positie tijdelijk niet volledig is ingevuld, ligt extra behoedzaamheid voor de hand.

De kernvraag blijft inhoudelijk van aard: is uitbreiding aantoonbaar noodzakelijk, of bestuurlijk wenselijk? Als inbreiding nog mogelijkheden biedt, als onderzoeken en eigendomsverhoudingen onderwerp van debat zijn, dan is uitbreiding geen onvermijdelijkheid maar een keuze. En keuzes van deze omvang verdienen een fris en ondubbelzinnig mandaat.

Het standpunt om dit dossier over de verkiezingen heen te tillen is daarom geen poging tot vertraging of blokkade. Integendeel. Het is een pleidooi om de legitimiteit van de uiteindelijke beslissing te versterken. Soms is bestuurlijke moed niet het nemen van een besluit, maar het erkennen dat een besluit beter genomen kan worden door een raad met een vers mandaat en een volledig bestuur.

Dat is geen uitstel. Dat is versterking.

In Cothen en in de bredere gemeente leeft het gevoel dat het proces te snel is gegaan, dat koppelingen worden gelegd die de uiteindelijke richting impliciet vastzetten, en dat participatie onder druk stond. Of die gevoelens volledig gerechtvaardigd zijn, is minder doorslaggevend dan het feit dát zij bestaan. Bestuur draait niet alleen om juridische houdbaarheid, maar om vertrouwen. En vertrouwen groeit door transparantie, zorgvuldigheid en timing die recht doet aan de schaal van het besluit.

De raad had ook kunnen zeggen: wij erkennen de woningbehoefte en zien de potentie van Cothen Oost, maar deze keuze is zo fundamenteel dat wij haar aan de volgende raad laten. Dat zou geen teken van zwakte zijn geweest, maar van bestuurlijke rijpheid.

Cothen Oost raakt aan identiteit, schaal en landschap, maar ook aan vertrouwen in het lokaal bestuur. Zulke besluiten vragen om maximale legitimiteit.

De vraag “waarom nu?” is daarom geen politieke bijzin, maar een toetssteen voor hoe wij in Cothen en Groot Wijk omgaan met mandaat, macht en verantwoordelijkheid.

Verkiezingen zijn geen hinderlijke onderbreking van beleid. – Zij vormen het fundament ervan.

Soms is het meest liberale wat je kunt doen: ruimte laten voor de kiezer.

Confidental Infomation