Inloggen Lid worden

Verklaring Margo Lemsom

9 maart 2026

De afgelopen maand was een ware rollercoaster. Door mij als voorzitter uit te spreken over de omgangsvormen in de raad, kwam er veel op ons af. In zulke periodes merk je hoe belangrijk het is om mensen om je heen te hebben die naast je staan: de fractie, het bestuur, maar ook inwoners. Het was bovendien heel waardevol dat we konden terugvallen op de expertise van onze lijstduwer en oud‑burgemeester Kees Veerhoek met wie ik op sommige dagen meerdere keren sprak. Dank aan iedereen voor die enorme steun. Samen blijven we werken aan een raad waarin iedereen zich veilig, gerespecteerd en gehoord voelt. 

Ook wil ik mijn dank uitspreken aan de oppositiepartijen. Tijdens de vergadering toonden zij hun steun door te benadrukken dat dit punt niet als allerlaatste behandeld moest worden, door aan te geven de vergadering te zullen verlaten als het te heftig zou worden, of door te delen dat ook zij vormen van intimidatie herkenden. Daarnaast waardeer ik de steun die de fractievoorzitters van GroenLinks en de SGP ná afloop van de vergadering uitspraken.

Verklaring: 

Het beeld dat voor sommigen is ontstaan alsof ik ‘aantijgingen boven de markt zou laten hangen’ herken ik niet en wil ik graag rechtzetten. In mijn bijdrage op 29 januari heb ik juist nadrukkelijk gezegd dat ik niemand specifiek beschuldig en geen directe reactie verwachtte. Mijn intentie was niet om individuen aan te wijzen, maar om een breder gesprek te voeren over veiligheid en omgangsvormen binnen de algehele raadsomgeving.  

Toen ik de volgende woorden uitsprak en ik citeer uit de raadsvergadering van 29 januari: In de inleiding van ons raadsakkoord staat dat de samenleving verhardt, het wij zij denken toeneemt, en het vertrouwen in de politiek onder druk staat. Juist daarom ieder raadslid moet vrij kunnen spreken, beslissen en handelen, zonder druk, zonder angst en zonder last en ruggenspraak ook als dat politiek ongemakkelijk is. Juist daarom heb ik voorgesteld om dit zorgvuldig te bespreken. Niet om te polariseren, maar om het onderlinge vertrouwen en het veiligheidsgevoel te versterken, hebben we als raad afgesproken dat we integer en eerlijk willen handelen, elkaar gelijke informatie bieden en hard optreden tegen agressie óók intern.    

We hebben hierover omgangsvormen afgesproken. Tegelijkertijd vraag ik mij af of deze afspraken voldoende houvast bieden en of we ze in de praktijk ook altijd goed kunnen bewaken en naleven. Zo ervaar ik dat stukken die naar mijn gevoel vertrouwelijk zijn, soms breder worden gedeeld dan bedoeld, bijvoorbeeld via mail of app aan derden.   

Daarnaast wil ik vanuit mijn persoonlijke ervaring delen dat ik meerdere keren op een manier ben aangesproken die voor mij dreigend of intimiderend aanvoelde. Overigens gebeurde dit buiten de vergaderingen. Dat doet iets met mijn gevoel van veiligheid en voelt niet in lijn met de omgangsvormen die we met elkaar hebben afgesproken. Ik wil nadrukkelijk niemand beschuldigen en verwacht ook geen directe reactie. Wel zou ik graag het gesprek hierover open en zorgvuldig willen voeren tot zover het citaat.   

Voor nu verwijs ik daarvoor niet uitputtend, naar enkele voorbeelden:  

Toen ik sprak over intimidatie of dreiging, doelde ik op stemverheffing, met de vuist op tafel slaan of langdurig, al dan niet dwingend, op iemand in praten, soms ook met meerdere personen.  Het gaat over situaties waarin verbale of non-verbale communicatie, soms buiten vergaderingen, soms in besloten overleggen, mogelijk niet door de zender maar wel door de ontvanger als intimiderend of dreigend kan worden ervaren. Die ervaring is reëel, ook als die niet door iedereen zo wordt beleefd.  

Ik heb er bewust voor gekozen geen namen te noemen. Niet om iets te suggereren of ‘boven de markt te laten hangen’, maar om niet in wellles nietes situaties te komen en raadsleden te beschermen die soortgelijke ervaringen hebben en zich niet veilig voelen om dit publiekelijk te benoemen. Het publiekelijk noemen van namen zou de verhoudingen verder verharden en het probleem niet oplossen en mijn gevoel van dreiging en intimidatie niet doen verdwijnen.  

Ik ervaar dat mijn gekozen bewoordingen anders zijn opgevat dan bedoeld en dat het moment waarop ik ze uitsprak anders had gekund of een ander gremium had kunnen zijn. Uw reflectie daarop neem ik zeer serieus.  Maar dat neemt niet weg dat de kern van mijn boodschap overeind blijft: ieder raadslid moet vrij kunnen spreken, beslissen en handelen, zonder druk, zonder angst en zonder last en ruggenspraak ook als dat politiek ongemakkelijk is. Juist daarom heb ik voorgesteld om dit zorgvuldig te bespreken. Niet om te polariseren, maar om het onderlinge vertrouwen en het veiligheidsgevoel te versterken.   

Ook speelt zeker een rol dat de VVD ook na besluitvorming, nogal eens de vrijheid neemt om na signalen uit de samenleving haar standpunt te herijken. Deze houding speelt zeker een rol in de onderhavige scherpere verhoudingen met de VVD.           

Echter uit een recent landelijk onderzoek blijkt dat lokale politici veel beter moeten luisteren naar hun inwoners. Dit mag juist niet als populisme worden gekwalificeerd! Van mening veranderen, zelfs na een besluit, na signalen uit de samenleving, hoort daarbij.  

Tot slot tijdens de raadsvergadering gaf ik ook het volgende aan: Laat duidelijk zijn: ik kan hiermee omgaan. Tegelijkertijd denk ik vooruit naar nieuwe raadsleden die straks instappen. Zij moeten zich vanaf het eerste moment veilig, gerespecteerd en welkom voelen om hun rol goed te kunnen vervullen. Dat zie ik als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons allemaal.   

Welke aanvullende werkafspraken kunnen bijdragen aan het versterken van het veiligheidsgevoel binnen onze raad? Mijn voorstel zou zijn om het raadsakkoord niet alleen te omarmen maar er ook vooral naar te handelen en dit op de eerstvolgende heidag met de nieuwe raad te bespreken. 

De verklaring kan je ook terugkijken via: Vergadering Raadsvergadering 05-03-2026 Gemeente Schouwen-Duiveland

Confidental Infomation