Tijdens de Avond voor de Stad op donderdag 28 januari jl. heeft de VVD vragen gesteld over de kort tijdelijke opvang van vluchtelingen in de Beursfabriek. Aanleiding was onduidelijkheid over het proces rondom deze opvang en de manier waarop het besluit tot stand is gekomen.
Uit de beantwoording van de burgemeester bleek dat de aanvraag voor deze opvang medio december onverwacht is ingediend door de eigenaar van de Beursfabriek. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat verantwoordelijk is voor de opvang van vluchtelingen en statushouders, heeft in het verleden ook al vluchtelingen in de Beursfabriek geplaatst.
Het college heeft aangegeven de aanvraag te hebben goedgekeurd vanuit de overweging dat, indien dit niet was gebeurd, andere gemeenten mogelijk genoodzaakt zouden zijn geweest om voorzieningen zoals sporthallen in te richten voor kort tijdelijke opvang. Dit zou directe gevolgen hebben gehad voor onder andere het bewegingsonderwijs. Dergelijke afwegingen worden gemaakt aan de Provinciale regietafel.
De VVD is voorstander van het bieden van oplossingen wanneer zich onverwachte situaties voordoen. Tegelijkertijd vond de fractie het belangrijk om kritische vragen te stellen over het proces en de bestuurlijke afwegingen rondom deze kort tijdelijke opvang. Deze vragen waren nadrukkelijk niet gericht tegen de opvang van vluchtelingen in het algemeen of de huisvesting van statushouders. Die verantwoordelijkheid vloeit voort uit de spreidingswet en daar geeft onze gemeente uitvoering aan. Dat doen wij onder meer via voorzieningen aan de Celciusbaan en de Newtonbaan, waarmee wij vrijwel voldoen aan het opgelegde aantal opvangplekken.
Het college heeft tijdens de Avond voor de Stad toegezegd dat toekomstige aanvragen voor kort tijdelijke opvang in de nabije toekomst zullen worden afgewezen. Daarmee is voor de VVD een belangrijk punt van duidelijkheid en voorspelbaarheid in het proces bereikt.