Samen met Tessa schoven we aan voor een sportinterview. Geen zaaltje vol beleidsnota’s, een keer geen dik rapport op tafel. Maar een open gesprek over wat er speelt in Delft. En vooral: wat er beter kan.
De eerste vraag was meteen raak. Wat is er de afgelopen jaren bereikt op sportgebied? Er is werk gemaakt van renovaties van sportaccommodaties, er loopt onderzoek naar een buitenzwembad en sportverenigingen zijn ondersteund waar dat kon. Dat is goed. Maar het is niet genoeg. In het gesprek werd duidelijk hoe groot de druk is op sportveldjes in de wijk, op binnensport en op vrijwilligers bij verenigingen. Sport groeit mee met de stad, maar de ruimte niet vanzelf.
Voor de Delftse VVD is sport geen symboolpolitiek. Geen mooi plan voor de bühne. Sport is een basisvoorziening. Iets wat gewoon goed geregeld moet zijn. Wij kiezen daarom voor investeren in plekken om te sporten, in alle wijken zowel binnen én buiten en voor jong en oud. Niet eindeloos praten, maar onderhouden en bouwen, waarbij we sterke verenigingen ondersteunen en sportaccommodaties waarbij de basis op orde is en wordt gehouden.
Wat we tijdens het gesprek ook hebben aangegeven is dat sport geen luxe is. Het is belangrijk voor leefbare wijken, gezondheid van onze Delftenaren en zorgt voor de sociale verbinding.
Daarom mag sport niet worden weggedrukt door andere plannen. Sport moet betaalbaar blijven, ook voor wie minder te besteden heeft. En sport helpt jongeren sterker te maken, fysiek én mentaal. Daarnaast vinden we ook dat we de sportvelden niet moeten volbouwen. De woningnood is hoog, maar sportvelden zijn schaars en als je ze eenmaal volbouwt, komen ze niet meer terug.
Het was een open en eerlijk gesprek met herkenning en ambitie, precies zoals wij naar sport kijken. Wij vinden het belangrijk dat er ruimte is om te sporten en een gemeente die dat mogelijk maakt.