De Delftse VVD-fractie reageert kritisch op het proces van de coalitieonderhandelingen. De voorlopige uitkomst is duidelijk: de wethoudersposten zijn verdeeld. Maar wat dit nieuwe college inhoudelijk gaat doen voor Delftenaren? Daar is nog geen antwoord op.
Fractievoorzitter Tessa van den Berg: “Alle drie de partijen hebben hun twee wethouders veiliggesteld. Maar voor de inwoners van Delft ligt er nog niets. Geen plannen, geen keuzes, geen perspectief. PRO, D66 en STIP lijken vooral een maand heel druk met zichzelf bezig te zijn geweest.”
Het voorstel voor een zesde wethouder roept veel vragen op bij de Delftse VVD. Delft kampt namelijk al jaren met financiële krapte en zes wethouders kost al snel honderdduizenden euro’s extra per jaar. Van den Berg: “Dat geld kan je maar één keer uitgeven. En deze verdeling is geen eerlijke afspiegeling van de verkiezingsuitslag, dit is eerder politiek handjeklap. Ik snap nu nog beter waarom STIP eerder heeft aangegeven geen brede middencoalitie te willen. Ze wilden gewoonweg hun tweede wethouder veilig stellen.”
De coalitieonderhandelaars zeggen de verbinding te willen zoeken met de rest van de raad en de stad. Van den Berg herkent dat beeld niet: “Ze hebben een maand gepraat over wie wethouder mag worden. Pas nu gaan ze nadenken over de inhoud en andere partijen betrekken. Dat is toch een merkwaardige volgorde als je beweert dat je Delft voorop stelt.”
Direct na de verkiezingen adviseerde de Delftse VVD al om breder te kijken: een coalitie met bijvoorbeeld Hart voor Delft, VVD en/of CDA had het draagvlak onder de Delftenaren flink kunnen vergroten. Die optie is bewust niet benut, en daar betaalt de Delftenaar nu de rekening voor.