Allereerst is het vooral vervelend voor de boeren in Westbroek die de dupe zijn van deze gang van zaken. Zij verkeren al langere tijd in onzekerheid over hun toekomst. Juist bij een dossier dat zo direct ingrijpt op hun bedrijfsvoering, investeringen en gezinsleven, mag van de gemeenteraad uiterste zorgvuldigheid worden verwacht. Nu zijn er drie belangrijke amendementen niet aangenomen en is de zienswijze naar de provincie afgezwakt.
Tijdens de tweede stemmingsraadsvergadering van 26 februari 2026 staakten de stemmen over drie amendementen met betrekking tot het UPLG (12:12). Het UPLG raakt aan de toekomst van ons buitengebied, onze boeren, onze natuur en onze leefomgeving. Dat maakt dit tot een zwaarwegend dossier, waarbij zorgvuldigheid in de besluitvorming essentieel is. Nu zijn drie belangrijke amendementen niet aangenomen en is de zienswijze richting de provincie afgezwakt.
In deze vergadering staakten de stemmen terwijl de raad niet voltallig was. Artikel 32, lid 5, van de Gemeentewet bepaalt dat in zo’n situatie opnieuw wordt gestemd in een volgende vergadering. De bedoeling daarvan is helder: voorkomen dat de toevallige afwezigheid van raadsleden doorslaggevend is voor de uitkomst.
In dit geval werd de “volgende vergadering” echter slechts vijftien minuten na het sluiten van de eerste vergadering geopend. Formeel kan een vergadering worden gesloten en opnieuw geopend, maar naar mijn oordeel doet een dergelijke werkwijze geen recht aan de geest van de wet. Een volgende vergadering moet méér zijn dan een formele onderbreking; zij moet daadwerkelijk ruimte bieden voor zorgvuldige besluitvorming. En dat terwijl er wel een mogelijkheid was aanstaande maandag, op tijd voor het indienen van de zienswijze, om afwezige raadsleden de gelegenheid te geven aanwezig te zijn.
De agenda van deze tweede vergadering is bovendien niet op reguliere wijze en tijdig gepubliceerd. Daarmee komen de openbaarheid en transparantie onder druk te staan. Daarnaast kregen de afwezige raadsleden door deze gang van zaken feitelijk niet de reële mogelijkheid om alsnog aanwezig te zijn bij de herstemming — terwijl artikel 32, lid 5, juist beoogt die situatie te ondervangen.
Bij de herstemming heb ik daarom wel deelgenomen aan de vergadering, maar geweigerd een stem uit te brengen. Dat was een bewuste en principiële keuze.
Voor mij raakt dit aan twee fundamentele beginselen van behoorlijk bestuur:
Het zorgvuldigheidsbeginsel: besluiten moeten niet alleen formeel juist zijn, maar ook zorgvuldig tot stand komen.
Het fair play-beginsel: procedures mogen niet zó worden toegepast dat zij de uitkomst feitelijk bepalen.
Mijn weigering om een stem uit te brengen was mijn manier om daartegen te protesteren.
Naar aanleiding daarvan heeft de burgemeester de raad verzocht mij uit de vergadering te verwijderen. Dat betreur ik. Mijn optreden was vreedzaam en procedureel van aard. Niet om de orde te verstoren, maar om een principieel punt te maken over de wijze waarop wij besluiten nemen. Ook bij de stemming over mijn verwijdering is naar mijn oordeel niet volgens de procedure gehandeld: over personen stemmen we niet openbaar, en hierbij heeft de SP bovendien geen stem uitgebracht.
Democratie vraagt niet alleen om stemmen, maar ook om het bewaken van de kwaliteit en zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces. Zeker bij een dossier zo belangrijk als het UPLG.
Ralph P. Jacobs
Fractievoorzitter VVD De Bilt