Inloggen Lid worden

De portemonnee van Culemborg

3 maart 2026

De speeltoestellen in het park, de lantaarnpalen, de wegen en stoepen, en ook de boa die de parkeerboete uitschrijft worden door de gemeente betaald. Culemborg geeft ongeveer 100 miljoen per jaar uit.

Waar komt het geld vandaan?

Een gemeente krijgt haar inkomsten grofweg uit drie bronnen:

Het gemeentefonds: Dit is de grootste bron. Het is geld dat de landelijke overheid verdeelt onder alle gemeenten. De hoogte hiervan hangt af van zaken als het aantal inwoners en de sociale structuur.

Eigen belastingen: Denk aan de OZB (onroerende zaak belasting), parkeergeld, toeristenbelasting, rioolheffing en de hondenbelasting.

Specifieke uitkeringen: Geld van de overheid dat geoormerkt is voor een specifiek doel, zoals de uitvoering van de bijstand of klimaatmaatregelen.

Waar gaat het geld naartoe?

Sinds de grote decentralisaties van 2015 is het takenpakket van gemeenten enorm gegroeid. De grootste kostenposten zijn:

Sociaal domein: Jeugdzorg, de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en bijstandsuitkeringen. Dit slokt vaak meer dan de helft van de begroting op en deze uitgaven zijn de laatste 10 jaar in Culemborg bijna verdubbeld.

Buiten omgeving: Onderhoud van wegen, groenvoorziening, afvalverwerking en woningbouw. Hier zitten uitgaven voor wegenonderhoud en bijvoorbeeld de 800.000 euro voor de fietsstraat. Ook de onderhuisvesting valt hieronder: de komende 10 jaar moeten we zo’n 85 miljoen investeren in basisonderwijs en zo’n 45 miljoen in nieuwe gebouwen voor het KWC.

Voorzieningen zoals sport en cultuur: bibliotheken, sportvelden en subsidies voor evenementen en bijvoorbeeld de kinderboerderij.

Waar staat het geld geparkeerd?

De balans krijgt vaak weinig aandacht maar is voor Culemborg zeer belangrijk. Onze reserves zijn namelijk vrijwel op. Wat ooit verdiend is aan woningbouw en precariobelasting is uitgegeven.

De Culemborgse financiën lijken gezond, maar dat komt omdat we 30 miljoen aan subsidies voor het stationskwartier op de rekening hebben staan. Leuk dat we daar rente van krijgen, maar als het aan de VVD had gelegen hadden we dat allang besteed aan de broodnodige woningen.

Allerlei aankopen en de kosten voor de dure projectorganisatie staat ook op de balans. En dan maar hopen dat de bouwprojecten voldoende opbrengen.

Voor de investeringen in schoolhuisvesting en groot onderhoud van gemeentelijke gebouwen hebben we niet gespaart, dus die kosten komen rechtstreeks op de jaarlijkse begroting.

Hoe kan de politiek op geld sturen?

Als je veel geld hebt en weinig reserves zoals Culemborg kun je grofweg aan drie knoppen draaien:

Belastingen omhoog. Dat is de keuze van de huidige coalitie om de OZB en de parkeergelden te laten stijgen (OZB van 5,3 miljoen naar 9,1 miljoen). Aan deze knop zal de VVD niet draaien.

Meer of minder geld naar voorzieningen. Hierbij kijk je bijvoorbeeld naar subsidies aan evenementen, het zwembad, de sportvoorzieningen, de kinderboerderij en theater de Franse School. Dit zijn weliswaar geen wettelijke taken, maar maken wel de sociale stad die Culemborg is.

Soms zijn hier keuzes nodig waarbij de VVD de voorzieningen zo goed mogelijk op peil wil houden, vooral voor ouderen, jongeren en voor een breed publiek.

De gemeentelijke organisatie. Denk aan de ambtenaren op het stadhuis en in de buitendienst. Maar ook Elk Welzijn (een van de grootste gemeentelijke subsidieontvangers) en de zogenaamde ‘gemeenschappelijke regelingen’ zoals de BSR en de AVRI horen daarbij.

Deze organisatie voeren taken uit die wettelijk verplicht zijn, maar moeten dat vooral effectief doen. Hier zal de VVD zeker besparingen kunnen realiseren en streven naar een kleine en daadkrachtige overheid, geen ruimte voor fraaie rapporten van dure adviseurs en politieke hobby’s.

Confidental Infomation