Minder doen en meer presteren
De meest effectieve manier om te bezuinigen als gemeente, is door dingen simpelweg niet te doen. Dat klinkt even simpel als het ingewikkeld is. Want zowel wij als de rest van het gemeentebestuur vinden talloze onderwerpen of projecten belangrijk. Vaak terecht, maar dan is het lastig om iets aan de kant te schuiven. De keerzijde hiervan is echter wat we nu vaak zien: we proberen koste wat kost alles in de lucht te houden. Daardoor moet de aandacht verdeeld worden, verlopen veel projecten tergend langzaam en worden er meer vergaderstukken geproduceerd dan schoppen in de grond gestoken. Anders gezegd: wie alles belangrijk vindt, vindt niets belangrijk.
Wat ons betreft wordt het tijd voor een drastisch andere aanpak, die lef van alle partijen vraagt. Daarbij kiezen we ervoor om scherp te prioriteren en de geprioriteerde projecten met volle aandacht en in vlot tempo te doorlopen, terwijl we de rest bewust aan de kant leggen. Daarmee creëren we duidelijkheid voor wie met de gemeente te maken heeft, beperken we het risico op vertraging en verkleinen we de kans dat personeelsverloop leidt tot kostbare overdracht of het overdoen van bepaalde zaken. Zodra een project is afgerond, kan iedereen het succes vieren en vol energie door met het volgende. Het is onze overtuiging dat we op deze manier in dezelfde tijd uiteindelijk meer voor elkaar kunnen krijgen.
Rust in de portemonnee
We streven naar voorspelbare lokale lasten en zoeken ruimte om die zo beperkt mogelijk te houden. Ons uitgangspunt is dat de OZB-opbrengst met maximaal de inflatie wordt verhoogd, terwijl de rioolrechten en afvalstoffenheffing niet hoger dan kostendekkend zijn. Ook voor andere heffingen zoals bouwleges en grafrechten willen we redelijke kosten in rekening brengen. Dit betekent dat we structureler inzicht moeten krijgen (en geven) in de kosten die daaraan worden toegerekend, maar ook de knoppen waaraan we kunnen draaien om die kosten te beperken.
Inzicht en transparantie
Met hoge lasten en een kwetsbare financiële positie blijft het extra belangrijk om zorgvuldig met belastinggeld om te gaan. Dat vraag niet alleen slim en efficiënt werken, maar ook transparantie om keuzes inzichtelijk te maken. Zo willen wij af van verborgen geldstromen, schimmige huurconstructies en verkapte subsidies. Door aan alles een geldbedrag te koppelen, ontstaat ook bewustzijn en ruimte voor initiatieven uit de samenleving om het beter of efficiënter te doen.
We willen nog meer grip krijgen op inkomsten en uitgaven, zodat we weten wat goed gaat en waar we op leeglopen. Dat kunnen we bereiken door te benchmarken met vergelijkbare gemeenten: wat is de lastendruk, hoeveel geven zij uit aan WMO en wat krijgen ze uit het gemeentefonds? We willen ook duidelijk onderscheid maken tussen incidentele en structurele inkomsten en uitgaven, omdat het dekken van structurele uitgaven met incidentele opbrengsten ons weer in de financiële problemen kan helpen.