De VVD Zwolle benadrukt dat bestaanszekerheid meer is dan inkomensondersteuning: werken moet lonen. We waarderen het beleidsplan, maar missen een duidelijke horizon en zien dat regelingen en schuldenaanpak nog te complex zijn. Tegelijkertijd dreigt een ruim minimabeleid werken minder aantrekkelijk te maken. Daarom pleiten wij voor meer inzet op arbeidsparticipatie en een duidelijke rol voor werkgevers.
Allereerst dank aan mijn collega’s in de raad dat we vanavond bij elkaar zitten om deze drie onderwerpen tezamen te bespreken. Want bestaanszekerheid is niet alleen maar hulp bij schulden, goed met geld kunnen omgaan, recht op regelingen of een betaalde baan. Het één staat in de meeste gevallen niet los van het ander. Werken moet lonen en zoals wij nu al die onderwerpen bij elkaar bespreken zouden organisaties en de verschillende afdelingen van de gemeente ook beter samen kunnen werken om met echte oplossingen te kunnen komen om werken aantrekkelijk te maken. Daar kom ik later op terug.
Complimenten aan de ambtenaren die hard hebben gewerkt aan het beleidsplan financiële bestaanszekerheid. Het is een uitgebreid, maar begrijpelijk document en leest als een uitvoeringsplan met veel concrete acties. Het college heeft goed haar licht opgestoken in de stad en komt met een gedragen aanpak. De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in financiële bestaanszekerheid en dat is te zien. Niet alleen de regelgeving, maar ook de situaties waar mensen in zitten zijn ingewikkeld. Dat hoor ik ook van mensen uit het veld. De druk op de sociaal raadslieden is groot en de mensen die bij inkomensondersteuning werken zijn vaak goed gespecialiseerd op één onderwerp terwijl de realiteit complexer is. Zorgen dat er één aanvraagformulier komt voor inkomensondersteuning is een goede stap. Ik mis in het verhaal wel een stip op de horizon. Wanneer is dit beleid volgens de wethouder geslaagd?
Het samenvoegen van regelingen is een andere maatregel, waarmee we die complexiteit wilde verminderen. Ik heb daar in dit huis ook vaker om gevraagd. Het college heeft de bal nu bij de raad neergelegd en ik begrijp dat dit politieke keuzes vergt, maar het is nogal een opdracht. Ik ga graag in op de uitnodiging van het college om hier een debat over te voeren en wil het college vragen om met een scenario nota te komen. Welke scenario’s zijn denkbaar, hoe doen andere gemeenten dit en kunnen er gesprekken gevoerd worden met SWZ om dat ingewikkelde veld van al die verschillende regelingen te versimpelen. Graag een reactie van de wethouder.
Niet alleen de regels voor inkomensondersteuning zijn complex, ook de schulden die mensen hebben zijn dat. De vroegsignalering zoals we dat nu insteken werkt onvoldoende. Slecht 5% van alle mensen die benaderd worden, wordt daadwerkelijk bereikt. Het spreekuur voor financiële ondersteuning in Holtenbroek en de Enk loopt helemaal over. Soms kunnen mensen niet eens terecht. De drempel om hulp te vragen is al metershoog. Laat staan als je die stap hebt gezet en je niet terecht kan. Kent de wethouder deze signalen en hoe wordt hiermee omgegaan?
Tegelijkertijd zien we dat de mensen die al gebruik maken van regelingen of toeslagen vaak de weg naar ondersteuning wel weten te vinden. Het zijn de tweeverdieners met een eigen huis, die overal net buiten de boot vallen en geen recht hebben op regelingen. Zij kunnen de eindjes maar net of net niet aan elkaar knopen. Hoe bereiken we deze mensen? Hoe worden werkgevers hierbij betrokken en ondersteund? Kan de wethouder een doorkijk geven in wat plateau 1 voor resultaat voor hen heeft gehad?
En dan kom ik tot de kern van mijn verhaal, namelijk dat werken moet lonen. De beste manier om elke maand rond te kunnen komen is een betaalde baan. Maar we zien iets anders gebeuren. Er is zoveel geïnvesteerd op inkomensondersteuning (afgelopen begroting weer meer dan een miljoen extra) dat de innovatie acties om mensen aan het werk te helpen uitblijven. Ondertussen zien we dat mensen minder gaan werken, omdat ze dan meer recht op regelingen hebben. Acht uur minder werken, omdat de kinderen dan gratis zwemles krijgen bijvoorbeeld. Dat is heel begrijpelijk, maar wel de wereld op z’n kop. En het college heeft het nu zelf ook eindelijk opgeschreven. Het staat verstopt op pagina 46, maar het staat er echt. Een ruim minimabeleid kan invloed hebben op dat werken financieel minder aantrekkelijk wordt. Dat moeten we echt zien te voorkomen, want het zijn uiteindelijk wel de mensen die werken en de ondernemers die met elkaar het geld opbrengen. Hoe kan je nou voor banen zijn terwijl je tegelijkertijd werken minder aantrekkelijk maakt? De beweging van inkomensondersteuning naar arbeidsparticipatie is echt cruciaal en daar gebeurt nog onvoldoende op. Driekwart van de mensen met een uitkering is niet eens in beeld bij TIEM.
Uit de stukken lijkt dat echt nog in de voorbereidingsfase te zitten. Er is een tekort aan capaciteit en het structurele budget is een stuk lager dan bij de inkomensondersteuning. De motie Werken aan Werk van de VVD in 2019 en andere moties van de VVD die daar steeds om vroegen ook jaren geleden.. Er is blijkbaar meer nodig. Mijn fractie vindt dat er een beweging moet plaatsvinden van inkomensondersteuning naar arbeidsparticipatie. We kunnen mensen niet maar in die regelingen laten zitten en dan verwachten dat het wel goedkomt. Als we willen dat mensen een stap op de participatieladder zetten. Van de bijstand naar vrijwilligerswerk en naar een betaalde baan, dan moeten de mensen en middelen mee verschuiven. Net als in het sociaal domein. Meer investeren in arbeidsparticipatie betekent, meer mensen die zelfstandig rond kunnen komen en meer mensen die met elkaar het geld opbrengen om deze stad draaiende te houden.
Wij overwegen daartoe een motie en dan sluit ik af. Als we willen dat iedereen mee doet dan moeten wij niet werkgevers en huiseigenaren kapot belasten en denken dat een zak geld het wel oplost, maar werkgevers ondersteunen, durven investeren in talent en oog hebben voor wat wél kan.