Bij het in dienst nemen van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen werkgevers met grote personeelstekorten als eerste ondersteuning van de gemeente. Dat heeft wethouder Van der Greft toegezegd naar aanleiding van vragen van de VVD.
Werkgevers staan te springen om nieuw personeel. Terwijl er tegelijkertijd mensen aan de zijlijn staan. “Zonde”, stelt VVD-raadslid Charlotte Fritschy. “Het lijkt zo eenvoudig: er zijn banen en er zijn mensen. Breng die bij elkaar. Maar in de praktijk is dat best lastig. Niet iedereen kan volledig meedraaien in een reguliere baan. Dat betekent niet dat deze mensen geen waardevolle bijdrage aan een bedrijf kunnen leveren.”
Om werkgevers en inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt beter bij elkaar te brengen, kijkt de gemeente voortaan eerst naar werkgevers in sectoren waar veel vacatures openstaan. Denk aan de bouw, de zorg en het onderwijs. “Dit biedt kansen voor werkgevers én voor inwoners die graag aan het werk willen. En daar begint het mee: kansen bieden! Ik ben dan ook blij met deze toezegging van de wethouder.”
Hoe zit het precies?
In Nederland geldt een wettelijk minimumloon. Werkgevers die iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen, kunnen onder bepaalde voorwaarden loonkostensubsidie krijgen. Daarmee compenseert de gemeente het verschil tussen wat iemand kan verdienen op basis van zijn of haar arbeidsproductiviteit (de loonwaarde) en het wettelijk minimumloon.
Stel: een medewerker heeft een loonwaarde van 60%. Dat betekent dat de medewerker naar verwachting 60% van het minimumloon aan werk kan verzetten. De gemeente kan dan de resterende 40% aan de werkgever vergoeden via loonkostensubsidie. De subsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Ook iemand met een loonwaarde van 30% kan dus in aanmerking komen voor deze ondersteuning.