Er is één zin die je als lokaal politicus opvallend vaak hoort:
“Daar moet de gemeente eens iets aan doen.”
En begrijp me niet verkeerd – soms klopt dat ook gewoon. Wegen moeten veilig zijn, vergunningen moeten werken en de openbare ruimte moet op orde zijn. Daar is de gemeente voor.
Maar soms vraag ik me af of we ongemerkt iets zijn gaan verwachten wat eigenlijk helemaal niet kan: dat de overheid het leven leuker, gezelliger en actiever maakt namens ons allemaal.
Want als je rondkijkt in Oldebroek, zie je iets interessants. Alles wat onze dorpen écht leuk maakt, is bijna nooit begonnen bij de gemeente. Niet de sportvereniging. Niet het buurtfeest. Niet de vrijwilliger die elke week klaar staat. Dat begon altijd met iemand die dacht: dit gaan we gewoon doen.
Toch lijkt het soms alsof we eerst afwachten. Alsof een idee pas echt bestaat wanneer er een subsidieformulier bij hoort.
Neem de discussie over jongeren. Regelmatig hoor je dat er “niets te doen is”. Een serieuze zorg, want jongeren verdienen ruimte om elkaar te ontmoeten en zich te ontwikkelen. Maar de vraag die daar wat mij betreft direct achteraan mag komen is: wat zouden jongeren zelf willen organiseren? En wat hebben ze nodig om dat mogelijk te maken?
De gemeente kan helpen, ondersteunen en meedenken. Maar een levendige samenleving kun je niet uitbesteden. Die ontstaat wanneer mensen zelf initiatief nemen — en ja, soms ook gewoon beginnen zonder eerst toestemming van iedereen te vragen.
Dat geldt trouwens net zo goed voor de politiek zelf. Als politieke partij kunnen wij eindeloos plannen schrijven over wat beter kan. Maar uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet wat wij willen. Het is wat inwoners belangrijk vinden — en waar zij zelf energie in willen steken.
Vrijheid is namelijk een mooi woord. Maar vrijheid zonder verantwoordelijkheid voelt al snel als wachten op iemand anders.
Misschien zit de kracht van Oldebroek juist daarin: niet alles overlaten aan systemen of regels, maar samen blijven bouwen aan onze dorpen. Met ideeën, initiatief en betrokkenheid.
Want eerlijk is eerlijk – een gemeente wordt niet sterker van mensen die alleen toekijken.
Wel van mensen die meedoen.