Op maandag 5 oktober hebben we het nieuwe collegeprogramma 2026-2030 ‘Ruimte voor elkaar, met ambitie aan de slag’ besproken.
In het bestuursakkoord lazen we al veel ambities terug uit de vorige bestuursperiode. We zijn blij met de continuïteit en dat het nieuwe college blijvende aandacht heeft voor woningbouw, zorg, duurzaamheid, veiligheid, mobiliteit en lokale economie.
We hebben als raad de afgelopen jaren namelijk hard gewerkt aan een welvarende gemeente. Met voorzieningen dicht in de buurt tegen de laagste woonlasten van de regio en met een solide gemeentelijk huishoudboekje.
Het college constateert in het akkoord, en terecht, dat de uitdagingen de komende jaren groot zullen zijn, maar met ambitie aan de slag wil gaan.
Wij hebben altijd met beperkte bezuinigingsmaatregelen, zonder grote impact op de portemonnee van de inwoner, de begroting jarenlang sluitend weten te maken.
‘8.3% OZB-verhoging om de groene en sociale ambities van het college te kunnen betalen’
Het nieuwe college stelt echter voor om de woonlasten voor huizenbezitters volgend jaar met 6.3%, waarvan maar liefst 8.3% OZB te verhogen, zodat zij haar groene ambities (lees linkse hobby’s) kan realiseren. Daarmee wordt 1.5 miljoen volgend jaar en 2 miljoen het jaar erna uit de portemonnee van de inwoner gehaald.
Dat roept toch vragen bij ons op over nut en noodzaak en het momentum.
1. Mens en maatschappij
We lezen dat de sociale basis en preventie het vertrekpunt zijn, met toegankelijke professionele hulp en een sociaal vangnet. Daar kunnen wij ons in vinden.
De stijging van de inkomensgrens van 120% naar 130% vinden wij bijzonder. Werken moet lonen, maar met deze verhoging wordt het alleen maar aantrekkelijk gemaakt om op de bank te blijven zitten. Van alle gemeenten in Nederland heeft 75% ook een 120 procent s tarief.
- Waarom wil het college de gemeente in een uitzonderingspositie stellen met 130%? Wat is hiervan de onderbouwing? Zeker omdat het sociaal domein al jarenlang de achilleshiel is van de begroting, met alsmaar stijgende kosten.
Het college geeft aan dat het nodig is voor de werkende armen, die moeilijk rond komen.
2. Ruimte en wonen
We lezen verder dat sociale huur prioriteit krijgt. Het percentage moet van 30% naar 34%. Uit de ‘Rapportage monitoring woonruimteverdeling’ lezen we dat het overgrote deel van de woningen wordt toegewezen aan personen met een urgentieverklaring, dat zijn doorgaans niet de mensen waarmee dit college haar ambitie voor ‘sterke gemeenschappen’ en ‘betrokken inwoners’ mee gaat bereiken. Uitstromers uit zorginstellingen, gevangenissen en statushouders. Een moeder die met drie kinderen die op straat komt te staan, omdat zij geen geschikte woning kan vinden na een scheiding, valt daar dan weer niet onder.
Bouwen voor deze sociale groep moeten we zeker blijven doen, maar er is ook een grotere groep mensen (70%) is die niet in de sociale categorie vallen en die ook een woning zoeken (30% sociaal 45% middenhuur en betaalbare koop en 25% duur).
- Waarom zet het college niet in op het bouwen van meer middenhuur en goedkope koopwoningen? Dat zorgt tevens voor meer uitstroom uit de sociale categorie, waarmee we natuurlijk toegroeien naar de 30%. Een win-win situatie.
Het college geeft aan dat alle woningbouw prioriteit heeft.
3. Milieu en duurzaamheid
We lezen vervolgens in dit hoofdstuk de ambitie om meer middelen beschikbaar te stellen voor klimaatmaatregelen en voor huishoudens met weinig financiële ruimte, dus indirect een lastenverzwaring voor de andere inwoners.
Maar wat ons nog meer zorgen baart is de duurzame opwek en de ruimte die het college wil geven aan ‘andere windtoepassingen’ dan grote windturbines.
- Wat is hiervan de definitie? Er is namelijk een forse bandbreedte tussen een erfmolen van 15m en een windturbine van 240m tiphoogte. Zet het college hiermee de deur open voor alles binnen deze bandbreedte? Waarmee alsnog windmolens van bijvoorbeeld 160m mogelijk worden gemaakt?
Het college geeft aan dat er gebiedsgerichte windoplossingen mogelijk worden gemaakt, zoals een molen van 15m buiten het bouwvlak of windwokkels.
De BOX3-discussie laat zien dat geld toch wel een van onze belangrijkste hobby’s is. Wij zijn gewend om een begroting sluitend te maken door eerst kritisch naar de eigen uitgaven te kijken, voordat we aan de inkomstenknop gaan draaien.
Gelukkig lezen we ook enig realisme in het collegeprogramma en dat niet alles tegelijk kan. Soms kan iets niet of niet nu. Als we dat realisme kunnen aanvullen met;
- Deregulering en snellere vergunning verlening;
- Verruiming van openingstijden en evenementen op zondag;
- Dat alles met een efficiënte en daadkrachtige organisatie;
- En tegen lage woonlasten.
Dan ligt er ook voor de VVD een bespreekbaar programma.
Op 10 november 2026 wordt het collegeprogramma samen met de begroting besproken en kunnen er standpunten gewijzigd worden.
Lees hier het hele collegeprogramma.