Inloggen Lid worden

In een tijd waarin er veel gevraagd wordt van gemeenten door de rijksoverheid, maar daar niet altijd de middelen voor komen vanuit het rijk, kijkt de VVD kritisch naar de duurzame rol van de gemeente. Wat is een taak voor de lokale overheid en wat niet? De VVD wil een duurzame gemeente Gennep, maar wél met gezond verstand. Voor ons betekent duurzaamheid: doen wat nodig is, binnen landelijke kaders, en altijd op een manier die betaalbaar en haalbaar blijft. Dat betekent dat we voor de duurzaamheidsambities in eerste instantie naar het rijk kijken. We gaan de WOZ-belasting niet verhogen voor duurzaamheidsambities die op papier werken, maar in de praktijk weinig verschil maken.

In de huidige duurzaamheidsvisie van de gemeente staan forse ambities, zoals klimaatneutraal in 2040. Dat klinkt mooi, maar gaat ver boven de landelijke lijn van 2050 en brengt hoge kosten met zich mee. De VVD wil terug naar de landelijke norm. Zo houden we de doelen realistisch, voorspelbaar en zo veel mogelijk betaalbaar en creëren we een eerlijk speelveld voor onze ondernemers. Ook voor afval geldt: geen onhaalbare doelstelling van nul kilo restafval in 2030, maar de minder strenge landelijke norm. Een nog lagere ophaalfrequentie vinden wij onwenselijk, de verandering moet van onderop komen. 

De gemeente moet zich beperken tot kerntaken en kijkt dus naar datgene waar het rijk ons specifiek geld voor doet toekomen. Het lokale isolatieprogramma dat dit jaar is opgetuigd is hier een goed voorbeeld van. Maar allerlei ambities voor extra ecologische zones of bijvoorbeeld een stookverbod voor de openhaard horen daar niet bij. Zeker niet nu een hoop inwoners geïnvesteerd hebben in bijvoorbeeld pelletkachels om de enorm hoge energielasten het hoofd te bieden. Biodiversiteit, klimaatlessen op scholen en burgerpanels zijn sympathiek bedoeld, maar geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ouders, scholen en maatschappelijke organisaties hebben daarin een eigen rol.

De gemeente hoeft geen “koploper” te zijn in zonnevelden, warmtenetten of collectieve energieprojecten. Dat zijn taken voor de markt, het Rijk en de provincie. Wij faciliteren waar dat nodig is, maar nemen geen voortrekkersrol met gemeentelijk geld. Eerlijk is eerlijk, de schaal van onze gemeente is te beperkt om hier een voortrekkersrol in te vervullen. Zo vinden we dat energieopwekking primair een taak voor de markt en hogere overheden is. Voor de warmtetransitie geldt dat we pas in beweging komen wanneer het Rijk of de provincie dit financiert en de opbrengsten hiervan ten bate komen van onze inwoners. 

In het groenbeleid gaan we terug naar een beleid dat aansluit op de wensen van de bewoners van de straat, buurt, of dorp. We zetten hierbij ook in op de kracht van onze inwoners: Als bewoners willen vergroenen of een buurtinitiatief willen starten, zijn ze van harte welkom. De gemeente moet faciliteren in de omgang met vergunningen en regels en helpt bij het zoeken naar externe middelen om projecten te financieren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kiezen we voor een herplantplicht bij kap. 

De VVD kiest dus voor een nuchter, realistisch en dus betaalbaar duurzaamheidsbeleid. We gaan terug naar de basis. Geen bovenwettelijke ambities, geen subsidies voor hobbyprojecten, geen marketing. Inwoners die willen investeren, krijgen ruimte. Ondernemers die vooruit willen, krijgen snelle procedures. Maar de rekening daarvoor leggen we niet bij de gemeenschap.

Confidental Infomation