Hieronder de tekst die tijdens de raadsvergadering van 2 maart 2026 door Kees Visser is uitgesproken.
Door de jaren heb ik colleges zien vallen, coalities zien breken en financiële tegenwind zien toenemen. Maar wat zich de afgelopen weken in Den Helder heeft voltrokken, heb ik niet eerder meegemaakt. Niet in vorm, niet in lichtzinnigheid en zeker niet in het gemak waarmee bestuurlijke verantwoordelijkheid werd ingeruild voor campagne.
Een motie van wantrouwen is het zwaarste instrument dat een gemeenteraad kent. Dat gebruik je alleen wanneer het vertrouwen fundamenteel en onherstelbaar is beschadigd. Niet als politiek drukmiddel. Niet als signaal. En al helemaal niet als opstapje naar een snelle herstart zodra dat electoraal beter uitkomt.
Toch is dat precies wat hier gebeurde.
Twee jaar lang was een groot deel van de oppositie op verantwoordelijkheidsvakantie. Grote keuzes werden vooruitgeschoven, financiële risico’s gebagatelliseerd en structurele problemen ontweken. Nu, vlak voor de verkiezingen, gaat diezelfde oppositie op politiek schoolreisje: zichtbaar, luidruchtig en selectief verontwaardigd. Iedereen wil meebeslissen, maar niemand wil verantwoordelijkheid dragen voor de rekening.
De financiële druk waar Den Helder nu mee kampt, is geen verrassing en al helemaal geen dossier van één wethouder. Het is het resultaat van meerdere ruimtevragers die bewust naast elkaar zijn gelegd, zonder harde politieke keuzes te maken.
De CDA wethouder met de havenportefeuille wist dat investeringen in havenontwikkeling en het maritiem cluster onvermijdelijk waren. Grote infrastructurele uitgaven zijn noodzakelijk om de economische motor van de stad draaiende te houden. Toch werd de bijbehorende financiële ruimte onder druk van de oppositie slechts deels ingevuld, terwijl de investeringsopgave bleef bestaan. Dat spanningsveld verdween niet — het werd doorgeschoven.
Diezelfde CDA wethouder droeg ook verantwoordelijkheid voor een nieuw sportpark in Julianadorp en andere sportvoorzieningen. Investeringen die op zichzelf verdedigbaar zijn, maar die zwaar drukken op de onrendabele top van een woningbouwproject. De financiële consequenties daarvan zijn niet alleen incidenteel, maar ook structureel en vergroten direct de druk op de gemeentelijke begroting.
De VVD wethouder verantwoordelijk voor wonen en ruimtelijke ontwikkeling kreeg te maken met woningbouwprojecten die door aanvullende eisen rond sociale woningbouw steeds minder rendabel werden. In uitgebreide trajecten van belanghebbendenparticipatie werden steeds meer wensen toegevoegd — minder bouwhoogte, meer groen, extra parkeeroplossingen — zonder dat daar een financiële dekking tegenover stond. Politiek gewenste ambities werden zo niet vertaald naar realistische financiële kaders. Het gevolg: projecten die alleen nog doorgang kunnen vinden met extra gemeentelijke middelen. Meer woningen moesten de kosten dragen voor de inrichting van de openbare ruimte, terwijl de oppositie tegelijk aandrong op nóg meer onrendabele sociale woningbouw en minder koopwoningen op de toch al beperkte bouwlocaties. Financieel had het scherper gekund — dat erkennen wij. Juist daarom is de VVD-fractie steeds helder geweest over de noodzaak van realistische kaders en financiële dekking.
De Stadspartij wethouder met de portefeuille openbare ruimte presenteerde recent een forse tegenvaller: ruim drie miljoen euro voor herstel en vervanging van beschoeiing. Een klassieke beheeropgave, geen plotseling natuurgeweld. Dat deze kosten nu op tafel liggen, is geen incident, maar het resultaat van uitstel en onderschatting van onderhoudslasten waardoor deze kosten niet binnen de portefeuille zelf konden worden opgelost.
Volgende week ligt er opnieuw een afgezwakt voorstel in de raad. Dat betekent opnieuw uitstel en opnieuw doorschuiven. Wanneer een wethouder in zo’n situatie na een motie van wantrouwen moeiteloos kan terugkeren, roept dat fundamentele vragen op over het besef van politieke verantwoordelijkheid en de norm die wij hier met elkaar hanteren.
Binnen het sociaal domein, jarenlang een speerpunt van met name linkse partijen, werd structurele financiële druk genormaliseerd. Autonome kostenstijgingen werden gepresenteerd als morele noodzaak, terwijl waarschuwingen over betaalbaarheid en houdbaarheid werden weggezet als kil of technocratisch. Die rekening komt nu onvermijdelijk bij de gemeente terecht — en wordt vervolgens gemakshalve bij één wethouder van Financiën neergelegd. Dat uitgerekend de GroenLinks-wethouder door de oppositie wordt teruggevraagd, maakt het beeld compleet. Dat wringt.
De motie van wantrouwen leidde tot het aftreden van het voltallige college — een logisch en bekend gevolg. Maar wat volgde, tart elke bestuurlijke logica. Nog geen dag later nam dezelfde oppositie het initiatief om wethouders terug te vragen. Behalve die van Financiën. Alsof vertrouwen iets is dat je per portefeuille kunt in- en uitschakelen.
Dat is geen bestuurlijke verantwoordelijkheid, maar politiek opportunisme.
Het wordt ronduit ongeloofwaardig wanneer oud-wethouders, mede verantwoordelijk voor deze ruimtevragers en financiële keuzes, probleemloos terugkeren in een zogenaamd zakencollege, terwijl zij tegelijk campagne voeren, op kandidatenlijsten staan en in de media optreden — zelfs vanwege hun aanwezigheid op illegale verkiezingsborden. Besturen en campagne voeren lopen hier volledig door elkaar. Macht en zichtbaarheid worden ingezet als campagnemiddel. De vraag dringt zich op: aanvaarden zij na 18 maart, als zij gekozen worden hun raadszetel?
Een motie van wantrouwen hoort consequenties te hebben. Wie haar indient, moet bereid zijn die te dragen. En wie jarenlang riep om cadeautjes zonder financiële dekking, kan zich niet verschuilen achter één portefeuillehouder.
De VVD heeft na de motie consequent gehandeld. Onze wethouder is opgestapt en is rolzuiver gebleven. Niet omdat dat politiek handig was, maar omdat het bestuurlijk juist is. Dat verschil doet ertoe. Politieke moraal is geen automatisme; het is een keuze.
Als besturen wordt ingeruild voor schoolreisjes, men mee wil doen zonder verantwoordelijkheid en wantrouwen als campagnemiddel inzet, dan verliest de lokale democratie haar geloofwaardigheid.
De eerstvolgende gemeenteraadsvergadering voor de nieuwe gemeenteraad is pas gepland op 8 juni. Tot die tijd liggen er geen politieke besluiten of raadsvoorstellen voor. Deze planning staat al maanden vast. Dit interim college gaat tot het aantreden van een écht college op de winkel passen.
Den Helder verdient beter dan dit toneelstuk.