Inloggen Lid worden

VVD stemt tegen legalisering groepsaccommodatie Sleen

18 februari 2026

Een brief met de stand van zaken van 27 januari 2026 geeft richting vanuit de perceptie van het college, die op sommige punten onduidelijk, onvolledig en zelfs onjuist blijkt te zijn.

De VVD heeft tijdens de raadsvergadering van dinsdag 17 februari tegen het collegevoorstel gestemd over Brink 9/9a in Sleen. Het voorstel was om het omgevingsplan voor de voormalige groepsaccommodatie gewijzigd vast te stellen. Het pand ging vorig jaar grotendeels verloren door een brand. Ook het PAC stemde tegen.

Lees hieronder het betoog van woordvoerder Erwin Weggemans.

Vraagtekens

“Wij zetten grote vraagtekens bij deze kwestie”, aldus Weggemans. “Volgens het geldende bestemmingsplan was een groepsaccommodatie niet mogelijk, maar daarop is nooit gehandhaafd. De huidige bestemming is centrum en horeca. Door het collegevoorstel zou een groepsaccommodatie alsnog gelegaliseerd worden. Bewoners klagen al jaren steen en been terwijl het een doorn in het oog is hoe de situatie nog onveranderd is na de brand.”

Hij vervolgde: “Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Dit vraagt om politieke keuzes, die maatschappelijk worden gedragen. We moeten ons dan ook steeds de volgende vragen stellen: Waarvoor is draagvlak? Wat is er in het verleden fout gegaan en wat kunnen we daar van leren? Of kiezen we ervoor om geen verantwoordelijkheid te nemen en dekken we fouten uit het verleden toe en proberen hiermee de consequenties van fouten uit het verleden te ontlopen.”

Weggemans: “Ik raakte behoorlijk geïrriteerd bij de bestudering van dit raadsvoorstel. Een van onze taken als raadsleden is dat wij moeten controleren of het college van burgemeester en wethouders het beleid goed uitvoert. Essentieel is dan ook dat wij tijdig worden voorzien van alle relevante informatie aangaande een raadvoorstel, zeker wanneer het een voorstel met een gevoelige historie betreft en waar helaas maatschappelijke onrust heerst. Een brief met de stand van zaken van 27 januari 2026 roept meer vragen op dan die duidelijkheid schept. Het is een richtinggevende brief vanuit de perceptie van het college, die op sommige punten onduidelijk, onvolledig en zelfs onjuist blijkt te zijn.” Weggemans noemde daarbij diverse voorbeelden.

“Als laatste punt betreffende de gebrekkige informatievoorziening wijs ik op mijn vraag aan de wethouder bij de laatste commissievergadering of de gemeente ook in hoger beroep is gegaan tegen de uitspraak van de bestuursrechter d.d. 18 oktober 2024 waarop de wethouder mededeelde dat dit niet het geval was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik deze week met de griffie van de Raad van State belde en deze mij meedeelde dat er wel degelijk hoger beroep tegen de uitspraak was ingediend en wel door de ondernemer in kwestie.”

“Het bovenstaande schuurt, het schuurt met de letter en zeker met de geest van artikel 169 van de Gemeentewet waarin de informatieplicht van het College is geregeld jegens de raad. Het is niet aan het college om vooraf te bepalen welke informatie de voor de raad wel of niet relevant is of daaraan enige kleuring te geven.”

Valse start

“Het raadsvoorstel begint direct met een valse start, omdat het college schrijft, ik citeer, “dat het gebruik juridisch-planologisch niet afdoende geborgd is”. Laat ik daar heel duidelijk over zijn, de afgelopen achttien jaar was er geen enkele borging. De gemeente trad niet of nauwelijks op tegen overlast veroorzakende bezoekers van de illegale groepsaccommodatie, de politie wees (en terecht) naar de gemeente die vervolgens jarenlang op haar handen bleef zitten. Het college probeert nu met de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan om kaders te stellen die handhaafbaar zijn. Klopt dit wel? Een plan is volgens de VVD pas succesvol en handhaafbaar wanneer er voldoende maatschappelijk draagvlak is.”

“De omwonenden willen geen groepsaccommodatie, die willen een ongestoord woongenot. De ondernemer in kwestie heeft duidelijk aangegeven op geen enkele wijze bedrijfseconomisch uit de voeten te kunnen met dit plan en dat wanneer dit plan wordt vastgesteld hij zijn juridische strijd zal voortzetten.”

“De enige partij die vaststelling wil, is kennelijk het college. Zij meent met de vaststelling van dit omgevingsplan een kader te scheppen waarmee ook historisch falen door legalisering kan worden rechtgezet terwijl dit juist een leermoment zou moeten zijn. Voorts heeft men ook in de brief van de advocaat aangegeven dat men de aansprakelijkheid jegens de ondernemer wenste af te wenden door de impliciete vrijstelling. Nu deze door de bestuursrechter van tafel is geveegd, bleef het college niets anders over dan nog meer vaart te maken met een snelle legalisatie.”

Kosten

“Daarnaast blijkt in het raadsvoorstel dat er geen kostenverhaalsregels zijn opgenomen in het omgevingsplan omdat de gemeente de kosten voor haar rekening neemt. Deze kosten komen dus ten laste van inwoners van deze gemeente, onder wie de omwonenden van de groepsaccommodatie die juist deze ontwikkeling niet willen en jaren hebben geageerd tegen de overlast die zij hebben ervaren tot aan de brand. Tot op heden heb ik geen kostenraming ontvangen. Ik vraag de wethouder om spoedig met een antwoord te komen.”

Weggemans zei verder: “In het begin van mijn betoog zei ik dat ik het belang zou aangeven van het feit dat hoger beroep is ingesteld bij de Raad van State. Het belang is hierin gelegen dat de Raad van State in tegenstelling tot de bestuursrechter zo maar eens kon besluiten om de impliciete vrijstelling in stand te laten. Dat zou tot gevolg hebben dat een behoorlijke planschade kan ontstaan. Immers met het nieuwe TAM-omgevingsplan is minder mogelijk dan in de situatie van de impliciete vrijstelling. Heeft de wethouder deze mogelijke uitkomst overwogen en ziet hij nu het belang hiervan in?”

Conclusie

De conclusie van de VVD is dan ook: “Het vaststellen van het voorstel zou een historische fout zijn die nog lang zal naklinken in Sleen. Ik hoop ook dat de coalitiepartijen CDA, PvdA en met name BBC2014 zich hiervan bewust zijn en hun dualistische rol zullen laten horen. Van PAC weet ik inmiddels hoe zij in de wedstrijd staan.”

Beter is het volgens de VVD om de uitspraak van de Raad van State af te wachten en de behandeling van dit raadsvoorstel uit te stellen tot nader order en dan naar bewind van zaken te handelen waarbij één ding voorop moet staan, de rust moet terugkeren in Sleen.”

Confidental Infomation