Het collegevoorstel om het omgevingsplan voor Brink 9/9a in Sleen gewijzigd vast te stellen, viel niet in goede aarde bij onze fractie. Het gaat om de groepsaccommodatie, die in mei 2025 uitbrandde. Raadslid Erwin Weggemans had nogal wat vragen die bij de VVD leven. De gemeenteraad neemt in de raadsvergadering van dinsdag 17 februari een besluit.
Veel vragen
“Het raadsvoorstel over dossier Brink 9/9a in Sleen en de raadsinformatiebrief van het college roept veel vragen op bij ons”, aldus Erwin Weggeman. “Het college geeft aan dat de kern van het dossier is dat het pand aan Brink 9 jarenlang is gebruikt als groepsaccommodatie totdat de bestuursrechter heeft geoordeeld dat dit gebruik niet rechtmatig was. De gemeente heeft nooit het gebruik als groepsaccommodatie vergund. Alleen gold de bestemming centrum et als functieaanduiding horeca.”
Handhaving geweigerd
Waarom worden essentiële stukken, te weten het vonnis van de bestuursrechter op 18 oktober 2024 niet standaard toegevoegd aan de raadsstukken en moest ik hier specifiek om vragen? Waarom verwijst u in de raadsinformatiebrief slechts naar een deel van de uitspraak en niet naar het totaal? De rechter heeft namelijk ook het besluit van het college van 4 juli 2023 vernietigd. Het college heeft geweigerd om te handhaven om overlast van omwonenden en tegen strijdig gebruik op te treden. Verder heeft de bestuursrechter het college opgedragen om binnen zes weken na de dag van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van die uitspraak. Is er en zo ja wanneer een besluit genomen? Is het college toen na de uitdrukkelijke opdracht van de bestuursrechter gestart met handhaving en wanneer is dat gebeurd. Deze informatie ontbreekt geheel in de raadsinformatiebrief.”
Weggemans: “Hadden de omwonenden als eisers in het geding deze juridische actie niet ondernomen, dan was het college nog steeds niet uit de administratiefrechtelijke doornroosjesslaap ontwaakt. Het is aan de omwonenden te danken dat door de uitspraak van de bestuursrechter het college is wakker geschud.
Het college (dubieus geadviseerd door huisadvocaat Nysing) stelde zich steeds op het standpunt dat sprake was van een zogenaamde impliciete vrijstelling, dit is een stilzwijgende en vaak onbedoelde of onbewuste vrijstelling die volgens hen geleid zou hebben tot legalisatie van de groepsaccommodatie.
In de raadsinformatiebrief staat de conclusie van de huisadvocaat ‘dat er geen rechtsregel is waaruit zou kunnen voortvloeien dat het gebruik van het pand als groepsaccommodatie van meet af aan had moeten worden toegestaan in een bestemmingsplan’. Dit is echter het omkeren van het daadwerkelijke advies van Nysing. Dat was namelijk dat sprake zou zijn van een impliciete vrijstelling en dat de gemeente derhalve niet hoefde te handhaven, omdat er immers volgens de advocaat legalisatie had plaatsgevonden. Waarom herhaalt het college dit argument terwijl die onwaar blijkt te zijn?
Drogreden
Gevraagd wordt om het raadsvoorstel vast te stellen. Als reden wordt bij de inleiding aangegeven dat dit noodzakelijk zou zijn. Ik citeer: ‘Om ervoor te zorgen dat recht wordt gedaan aan het historische gebruik tot aan de brand, maar ook aan de ruimtelijke inpassing in relatie tot de omgeving’. Daar kan ik kort over zijn. De eerstgenoemde reden is een drogreden: Wanneer wij dit omgevingsplan zouden vaststellen treedt dit in werking na de vaststelling en publicatie ervan. Het legitimeert nooit het historische gebruik tot aan de brand, het heeft geen enkele terugwerkende kracht. Het gebruik van het pand als groepsaccommodatie in het verleden tot aan de brand is en blijft volgens de VVD illegaal.
Voor wie doen we dit eigenlijk en de vraag aan de wethouder is dan ook: Welk probleem wordt met de vaststelling van dit Omgevingsplan nu eigenlijk opgelost? De omwonenden willen geen groepsaccommodatie, die willen een ongestoord woongenot. De ondernemer in kwestie heeft duidelijk aangegeven op geen enkele wijze bedrijfseconomisch uit de voeten te kunnen met dit plan. De enige partij die vaststelling wil is kennelijk het college van deze gemeente. Welk groot algemeen belang dient de vaststelling van dit plan en wie is hier nu de initiator?
In ieder geval niet de ondernemer die het betreft.
Daarnaast blijkt in het raadsvoorstel dat er geen kostenverhaalsregels zijn opgenomen in het omgevingsplan omdat ik citeer ‘de gemeente de kosten voor zijn rekening neemt’
Deze kosten komen dus ten laste van inwoners van deze gemeente, onder wie de omwonenden van de groepsaccommodatie die juist deze ontwikkeling niet willen en jaren hebben geageerd tegen de overlast die zij hebben ervaren tot aan de brand.
‘Wat maakt het dat deze omstandigheden ertoe leiden dat de gemeente de rekening van deze TAM-Omgevingsplanprocedure voor zijn rekening neemt?’ Voorts zouden we ook graag in het bezit worden gesteld van een kostenraming tot nu toe, zodat we als raad weten waar we in financieel opzicht mee geconfronteerd worden.
Onnavolgbaar
Had het niet meer in de rede gelegen dat de ondernemer ZELF in beweging was gekomen en met een eigen ondernemingsplan de gemeente vraagt om een omgevingsplan te wijzigen, waarbij deze de kosten van de procedure, zoals elke ondernemer in deze gemeente, zelf had gedragen.
Nee, het college kiest ervoor om dit initiatief zelf te nemen. In de motivering van het plan gaat men zelfs op de stoel van de ondernemer zitten door op bladzijde 42 te verklaren: ‘Gelet hierop kan, in het verlengde daarvan, aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is’. Wat betreft de VVD betreft is dit volstrekt onnavolgbaar.