Geacht college,
Onze fractie heeft kennisgenomen van het besluit van Stichting Nieuw Geesterhage om de verhuur van de theaterzaal aan Rogier Kahlmann, een comedian, (gepland op 15 mei a.s.) in te trekken. In de communicatie aan betrokkene wordt gesteld dat sprake zou zijn van ‘discriminerende en radicaliserende uitlatingen’ en dat men daarom geen podium wil bieden.
Dit roept bij onze fractie vragen op over de verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en contractvrijheid.
De VVD hecht sterk aan vrijheid van meningsuiting en vindt dat annulering van een optreden vanwege de inhoud van uitingen zeer zorgvuldig moet worden afgewogen.
Wij stellen het college daarom de volgende vragen:
- Is het college bekend met het besluit van Stichting Nieuw Geesterhage om de zaalverhuur voor dit optreden in te trekken?
- Is het college betrokken geweest bij dit besluit, direct of indirect?
- Is er vanuit het college of de burgemeester een advies gegeven in het kader van openbare orde en veiligheid met betrekking tot dit optreden?
- Was er sprake van concrete dreiging of verstoring van de openbare orde die dit besluit noodzakelijk maakte?
- Deelt het college de opvatting dat binnen de grenzen van de wet ruimte moet bestaan voor satire, debat en uiteenlopende meningen, ook wanneer deze als controversieel worden ervaren?
- Hoe verhoudt dit besluit zich volgens het college tot artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting)?
- Is het college bereid het gesprek aan te gaan met het bestuur van Stichting Nieuw Geesterhage over het belang van pluriformiteit en vrijheid van meningsuiting binnen maatschappelijke voorzieningen in Castricum?
De VVD Castricum vindt het van groot belang dat in onze gemeente ruimte blijft voor debat, satire en uiteenlopende meningen binnen de grenzen van de wet.
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.