1. Vrijheid
Vrijheid vormt het hart van het liberalisme. Ieder mens moet de ruimte krijgen om zijn of haar eigen leven vorm te geven, eigen keuzes te maken en talenten te ontwikkelen. Dat geldt voor persoonlijke keuzes, zoals opleiding, werk en levensstijl, maar ook voor economische vrijheid, zoals ondernemen, investeren en innoveren.
Vrijheid betekent niet dat alles kan zonder grenzen. De vrijheid van de één stopt waar die van de ander wordt beperkt. Daarom beschermt de overheid grondrechten, handhaaft zij de wet en zorgt zij voor veiligheid. Een sterke rechtsstaat is dus geen beperking van vrijheid, maar juist een voorwaarde ervoor.
2. Gelijkwaardigheid
Liberalen geloven in de gelijkwaardigheid van alle mensen. Iedereen telt mee en verdient gelijke behandeling voor de wet, ongeacht afkomst, geslacht, geloof, seksuele geaardheid of sociale positie. Discriminatie en willekeur zijn onverenigbaar met een vrije samenleving.
Gelijkwaardigheid betekent niet dat iedereen hetzelfde is of dezelfde keuzes maakt, maar wel dat iedereen dezelfde rechten en dezelfde kansen verdient om zijn of haar leven vorm te geven. Respect voor de individuele waardigheid van ieder mens staat centraal.
3. Sociale rechtvaardigheid
Sociale rechtvaardigheid betekent dat de samenleving zo is ingericht dat iedereen eerlijke kansen krijgt. Het liberalisme streeft niet naar gelijke uitkomsten, maar naar een eerlijke startpositie. Goed onderwijs, toegang tot werk en een functionerende arbeidsmarkt zijn daarbij essentieel.
Tegelijkertijd is er een vangnet voor mensen die buiten hun schuld om niet mee kunnen komen. De overheid biedt ondersteuning waar nodig, maar stimuleert altijd zelfstandigheid en participatie. Solidariteit is belangrijk, maar moet hand in hand gaan met eigen inzet en verantwoordelijkheid.
4. Verantwoordelijkheid
Vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid. Liberalen vinden dat mensen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes en hun toekomst. Dat geldt voor individuen, gezinnen, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
Ook de overheid heeft verantwoordelijkheid: zorgvuldig omgaan met belastinggeld, duidelijke keuzes maken en betrouwbaar handelen. Gemeenschapsgeld moet doelgericht worden ingezet. Een cultuur van aanspreekbaarheid – zeggen wat je doet en doen wat je zegt – is daarbij essentieel.
5. Verdraagzaamheid
Een vrije samenleving vraagt om verdraagzaamheid. Mensen verschillen in overtuigingen, levensstijl en opvattingen, en die verschillen mogen er zijn. Zolang men de wet respecteert en de vrijheid van anderen niet schaadt, moet er ruimte zijn voor diversiteit.
Verdraagzaamheid betekent ook dat we met elkaar in gesprek blijven, zelfs als we het fundamenteel oneens zijn. Respect voor andersdenkenden, open debat en wederzijds begrip vormen de basis voor een stabiele en democratische samenleving.