Informateur Bart Krol heeft de informatie afgerond. Hij concludeert dat de inhoudelijke verschillen klein zijn tussen de partijen waardoor vertrouwen, bestuursstijl en de invulling van bestuurlijke posities belangrijk worden. Hij concludeert dat CDA, SGP en VVD het motorblok kunnen vormen van de nieuwe coalitie en het voor de hand ligt dat CAP de dorpspartij hierbij aansluit.
Lees hieronder het complete advies.
Inleiding
Naar aanleiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen heeft de gemeenteraad van Bunschoten mij verzocht als Informateur gesprekken met alle fracties te voeren. Om daarna een advies te geven over de beoogde samenwerking, die kan rekenen op een stabiele meerderheid en een constructieve samenwerking in de Raad. Om dit te bereiken, heb ik twee gesprekrondes gevoerd met vertegenwoordigers van alle partijen.
Deze gesprekken waren openhartig en constructief. Gespreksonderwerpen waren onder andere;
• Gewenste coalities
• Beleidsspeerpunten
• Inhoudelijke zaken die zwaar wegen
• Overige zaken die van belang zijn bij het vormen van een coalitie.
Uitslag
De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 in de gemeente Bunschoten liet het onderstaande
resultaat zien:
CU 2871 stemmen
CAP de Dorpspartij 2185 stemmen
CDA 2015 stemmen
SGP 1880 stemmen
VVD 1450 stemmen
Na dit alles in overweging te hebben genomen, kom ik tot de volgende overwegingen en -advies.
Advies
De gesprekken met de fracties laten een relatief eensluidend beeld zien van de bestuurlijke- en inhoudelijke verhoudingen binnen de raad. Opvallend is dat de inhoudelijke verschillen tussen de partijen over het algemeen beperkt zijn. Op belangrijke thema’s bestaat brede overeenstemming.
Vrijwel alle partijen hechten sterk aan het behoud van de identiteit van het dorp, benadrukken het belang van bestuurlijke zelfstandigheid en tonen zich terughoudend ten aanzien van grootschalige interventies door andere overheden.
Deze inhoudelijke nabijheid maakt dat de vorming van een coalitie in Bunschoten niet primair wordt bepaald door programmatische tegenstellingen, maar in belangrijke mate door vertrouwen, bestuursstijl en de invulling van bestuurlijke posities.
Tegen deze achtergrond komt een samenwerking in beeld waarin CDA, SGP en VVD elkaar goed weten te vinden. Deze partijen hebben aangegeven dat zij zowel inhoudelijk als bestuurlijk aansluiting ervaren en zien zichzelf als een logisch fundament voor een nieuwe coalitie. Met gezamenlijk 10 zetels vormen zij een krappe, maar volwaardige meerderheid. Zij kunnen daarmee worden beschouwd als het motorblok van een beoogde samenwerking.
De vraag die vervolgens voorligt, is of en hoe deze basis kan worden verbreed. In dat licht ligt het voor de hand om CAP de Dorpspartij nadrukkelijk te betrekken. CAP de Dorpspartij heeft verkiezingswinst geboekt en maakt bovendien deel uit van de huidige coalitie. Inhoudelijk zijn de verschillen met het genoemde motorblok niet van dien aard dat samenwerking op voorhand wordt belemmerd. Een combinatie van CDA, SGP, VVD en CAP leidt tot een coalitie van 14 zetels, die zowel bestuurlijk robuust is als recht doet aan de verkiezingsuitslag.
Want tegelijkertijd geldt dat juist in een dergelijke samenwerking de eerdergenoemde aandachtspunten rond bemensing en onderlinge samenwerking nadrukkelijk aan de orde zijn. Waar in veel formaties de personele invulling pas in een latere fase wordt besproken, acht ik het in deze situatie verstandig om dit onderwerp juist aan het begin van het proces centraal te stellen. De belangrijkste risico’s voor een stabiele coalitie liggen immers niet zozeer op inhoud, maar in de wijze waarop partijen bestuurlijk met elkaar samenwerken.
Ten aanzien van de ChristenUnie (CU) constateer ik dat er bij een deel van de partijen nog altijd sprake is van terughoudendheid om tot samenwerking te komen. De redenen voor de bestuurlijke breuk in 2019 werken in de onderlinge verhoudingen nog altijd door en dat vormt op dit moment een reële belemmering voor coalitiedeelname. Tegelijkertijd vertegenwoordigt de CU met 5 zetels een substantieel deel van het electoraat. Het is daarom van belang dat de raad in de komende periode inzet op het herstellen en normaliseren van de onderlinge verhoudingen, zodat samenwerking in de toekomst beter mogelijk wordt.
Alles afwegend kom ik tot het volgende advies.
Ik adviseer de raad om:
1. De coalitievorming te starten vanuit een motorblok van CDA, SGP en VVD, en daarbij CAP de Dorpspartij vanaf het begin te betrekken als beoogd coalitiepartner;
2. Deze vier partijen uit te nodigen om gezamenlijk de coalitieonderhandelingen te starten;
3. De bemensing van het college en de kwaliteit van de onderlinge samenwerking als eerste onderwerp van gesprek te agenderen, gezien de daar aanwezige risico’s;
4. Parallel daaraan als Raad te investeren in het verbeteren van de relatie met de CU, met het oog op toekomstige bestuurlijke samenwerking
Ik dank de Raad van de gemeente Bunschoten voor het in mij gestelde vertrouwen en wens u allen veel succes in de komende formatiegesprekken maar zeker ook in de komende vier jaar.
Soest, 13 april 2026.
Bart Krol.