organisatie-image
Klaas over integratie

Onze samenleving draait om vertrouwen. Vertrouwen in onszelf, vertrouwen in elkaar en vertrouwen in de toekomst. Het is makkelijker om elkaar te vertrouwen als je elkaar kent of in elk geval waarden, ervaringen of voorkeuren deelt.

Daarom heeft het tijd nodig, hoe tolerant en open je ook bent, om een ander te vertrouwen die je niet kent. Hoe meer je blijkt te delen, hoe sneller het vertrouwen groeit.

Integratie is daarom voor mij geen kwestie van ‘wij waren hier eerst, dus zij passen zich maar aan.’ Het is ook geen kwestie van ‘je bent nu hier, dus vergeet waar je vandaan komt.’ Het is een kwestie van aanpassen aan onze taal, waarden en gebruiken, zodat het vertrouwen sneller groeit en we mensen beter kunnen inpassen in onze samenleving.

In de praktijk blijkt dit een moeilijk proces. We spreken over ‘de integratie’ van hele groepen mensen, terwijl het per individu een stuk genuanceerder ligt.

De een vindt het een verademing om in onze vrije samenleving te mogen zijn, omarmt die volledig, leert de taal, heeft een baan en maakt vrienden van allerlei slag.

De ander kan maar moeilijk wennen aan onze extraverte beleving van onze vrijheden. Of heeft moeite onze ingewikkelde grammatica onder de knie te krijgen, of heeft geen opleiding waar hij of zij makkelijk mee aan de slag kan of sluit zichzelf mentaal op in een parallelle samenleving die wel ergens in Nederland is, maar die je nauwelijks Nederlands kunt noemen.

Helaas bestaat er ook geen integratie-machine. Geen fijn overzichtelijk trajectje waar je gegarandeerd geïntegreerd uitkomt. Dat je aan het einde van het traject niet alleen de taal spreekt en je aan de wet houdt, maar ook daadwerkelijk intrinsiek onze normen en waarden, zoals gelijkwaardigheid, veel vrijheid voor anderen en de scheiding van kerk en staat, onderschrijft.

Helaas, zo werkt het niet en omdat niemand precies weet hoe het wel moet, leent het onderwerp integratie zich uitstekend voor gemakzuchtige politiek.

Naïeve politiek die zegt ‘het komt na een paar generaties vanzelf wel goed, dus we hoeven niks te doen.’ Cynische politiek die zegt ‘wat we ook doen, het lukt toch nooit, dus stop er geen energie en geld meer in.’ Zondebok politiek die zegt ‘het ligt aan de mensen zelf, die deugen niet, schop ze maar het land uit.’

Alle drie varianten waar ons mooie land geen klap aan heeft. En de rest van de politiek worstelt met het onderwerp. We weten welk eindresultaat we willen, maar hoe gaan we daar in hemelsnaam komen?

Ik heb zelf lang gezeten op de ‘Amerikaanse / Australische lijn’. Als je echt tot een samenleving wil horen, dan moet je een stapje harder lopen. Je moet de taal leren, werk zoeken en laten zien dat je bijdraagt aan het algemeen belang. Dat je dan, zeker in het begin, veel omgaat met landgenoten die dezelfde inspanningen leveren, hoeft geen probleem te zijn. De volgende generaties zullen dat vanzelf minder doen en meer en meer Amerikaan of Australiër worden. Je wordt dan niet meer gezien als een vreemdeling in je land, maar je achtergrond is onderdeel van je Amerikaans of Australisch zijn.

Zoals mijn verre familieleden in Australië: de krasse knarren die in de jaren ’50 de boot namen spreken nog Nederlands, maar met een zwaar Australisch accent. Hun kinderen nog mondjesmaat en hun kleinkinderen kunnen misschien nog net ‘stroopwafels’ en ‘sinterklaas’ zeggen.

Als ik het zo opschrijf, dan voel ik weer dat ik vind dat het zo zou moeten. Je plek veroveren in een land en je aanpassen aan ’s lands wijze. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. We kunnen daar taalles en integratiecursussen voor aanbieden, maar het vraagt vooral een investering van jezelf.

De afgelopen jaren hebben we het stelsel ook zo vormgegeven. Het inburgeringsproces als middel was daarmee behoorlijk liberaal. Het ging uit van je eigen verantwoordelijkheid om aan je integratie te werken, geen betutteling. Ik was er dan ook blij mee. Ik hoopte dan ook op successen, op een liberaal eindresultaat: meer mensen die goed geïntegreerd bijdragen aan de samenleving en onze vrije waarden delen en uitdragen. Helaas heeft deze liberalere methode niet tot betere resultaten geleid dan het linkse gepamper dat we ervoor hadden. Daar moeten we vooral niet naar terug, maar we moeten wel doorzoeken naar een manier waarop de integratie beter slaagt.

Bij ons in Nederland is het dus niet zo gegaan als in Amerika / Australië. Inmiddels denk ik ook dat het hier niet zo kan werken. Niet zozeer vanwege de mensen die naar Nederland komen en moeten integreren, maar omdat we een andere samenleving zijn. De schaduwkant van het succesverhaal dat ik net schetste is dat het in Amerika / Australië er harder aan toegaat. Het is daar meer ‘integreren of creperen’ terwijl wij in Nederland een grotere welvaartsstaat hebben opgebouwd.

Gebrekkige integratie leidt hier wel tot relatieve armoede, maar niet tot een onacceptabele levensstandaard.

Nog even los van het feit dat die voor ons relatieve armoede als een behoorlijke rijkdom kan voelen voor iemand die uit een straatarm land naar Nederland is gevlucht.

Daarmee kom ik op een tweede reden waarom ik mijn oorspronkelijke kijk op de zaak heb bijgesteld: de achtergrond van de mensen die moeten integreren. Bij ons is het aandeel oorlogsvluchtelingen ten opzichte van arbeidsmigranten hoger dan in Amerika en Australië.

De reden waarom een oorlogsvluchteling naar een ander land trekt is een hele andere dan die van een migrant die komt om te werken. Deze laatste komt doelgericht naar Nederland en weet dat zijn verblijf voorwaardelijk is. De voorwaarden zijn integratie en bijdragen aan de samenleving.

Oorlogsvluchtelingen hebben een hele andere start. Zij gaan in eerste instantie niet ergens naartoe, maar vluchten ergens van weg. In beginsel ontvluchten zij huis en haard vanwege de veiligheid. Als je hen voor de oorlog had gevraagd of zij hun thuisland zouden willen verlaten was de kans op een ‘nee’ groot. Maar eenmaal op de vlucht zoek je logischerwijs de meest comfortabele plek om te schuilen. En dan komen Nederland en landen met een vergelijkbare welvaartsstaat in zicht. Niet omdat je per se onze waarden onderschrijft en Nederland ziet als een fantastische vrije samenleving. Je motivatie kan net zo goed zijn dat je naar Nederland wil omdat je gehoord hebt dat je hier je hele leven lang een uitkering krijgt.

Dat heeft ook gevolgen voor integratie.

Een deel van de vluchtelingen wil heel graag integreren en ervaart onze samenleving en onze vrijheid als een zegen. Sommigen zijn zelfs hun eigen land uitgejaagd omdat ze daar ook streden voor vrijheid en democratie.

Andere vluchtelingen onderschrijven onze waarden echter niet en wonen liever in een wijk waarin hun eigen oude normen en waarden de boventoon voeren. Ditzelfde geldt voor een deel van de huwelijks- en gezinsmigranten. Soms wordt juist heel bewust een partner uit het thuisland gehaald omdat deze onze vrije waarden nog nooit ervaren heeft. Zij plukken dan wel de materiële vruchten, maar weigeren hun dochters vrij te laten opgroeien. Zo ontstaan parallelle samenlevingen.

Naarmate er meer ‘nieuwe nieuwkomers’ bijkomen die ook liever niet integreren, zijn zij beter in staat zo’n parallelle samenleving te vormen en volgens de oude waarden te leven. Als we dat in Nederland toestaan stralen we voor nieuwkomers uit dat er een keuze is: integreren of in de parallelle samenleving gaan wonen bij mensen die daar hun oude niet-Nederlandse waarden cultiveren. Dat is een verkeerd signaal en schaadt de integratie en het onderling vertrouwen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de kennis van onze taal of regelgeving, maar ook op de kracht en vanzelfsprekendheid van vrijheid en gelijkwaardigheid in ons land.

De combinatie van deze aspecten maakt dat ik niet denk dat het Amerikaanse / Australische model hier gaat werken. De liberale middelen gaan niet leiden tot een gewenst liberaal eindresultaat.

Het moet dus anders. In het regeerakkoord onderkennen we in elk geval dat zowel links gepamper als alles gooien op eigen verantwoordelijkheid geen succesformules hebben opgeleverd. Daarom is het idee nu om nieuwkomers de eerste jaren aan de hand te houden. Strakker begeleiden en pas de zelfstandigheid geven als men heeft aangetoond dat aan te kunnen. Taal leren, integreren, werkervaring opdoen en dan pas op eigen benen. Namens onze fractie zal Bente Becker kritisch volgen of dit dan wel de gewenste resultaten oplevert en of gemeenten niet vervallen in ouderwets gepamper en onder de misvatting ‘zieiligheid’ nalaat mensen ertoe te bewegen goed te integreren en echt mee te doen in onze mooie samenleving.

Of deze nieuwe aanpak in de praktijk ook tot betere integratieresultaten gaat leiden weet ik niet. Laten we het hopen.

Maar ook bij deze methode liggen dezelfde problemen op de loer. Ook nu remt onze welvaartsstaat de druk om op eigen benen te staan. Ook nu gaat het vooral om vluchtelingen met verschillende achtergronden in een moeilijke situatie.

Of deze nieuwe poging gaat werken weten we niet, maar het onderwerp is te belangrijk om dat simpelweg af te wachten. We moeten gelijktijdig nadenken over een back-upplan. Daarbij moeten we als liberalen een fundamentele keuze maken. Gaan we voor de liberale middelen ongeacht de uitkomst of gaan we voor een liberaal resultaat ongeacht de middelen? Dat brengt lastige dilemma’s met zich mee.

Willen we een samenleving waarin we heel liberaal uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid en de eigen vrije keuzes? Waarin we de rol van de overheid beperkt achten. Waarin we gelijkheid boven alles stellen. Waarin we onze welvaartsstaat meteen volledig beschikbaar maken voor nieuwkomers en dat dan zien als een warm welkom en stimulans om bij te dragen aan onze samenleving en te integreren. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan dan kiezen waar hij wil wonen, welke taal hij wel of niet leert, welke scholing hij voor zijn kinderen geschikt acht en met wie zij wel en niet mogen omgaan. Dat kan dus ook betekenen dat we wijken toestaan waarin de Nederlandse taal en waarden niet de boventoon voeren. Waarin religieuze indoctrinatie en onvrijheid regel in plaats van uitzondering zijn. Die vrijheid hebben mensen dan.

Of willen we een samenleving waarin we ons richten op het liberale eindresultaat? Een samenleving waarin iedereen, nieuwkomer of oudkomer, altijd in aanraking komt met de Nederlandse taal, de Nederlandse vrije waarden en de Nederlandse gebruiken. Waarin door middel van minder liberaal ingrijpen van bovenaf wordt gestuurd op integratie.

Als we dat doen, beperken we dan ook de toegang tot onze welvaartsstaat voor nieuwkomers of maken we dat afhankelijk van de mate van integratie? Heeft iedereen meteen recht op een eigen woning of accepteren we dat nieuwkomers (zonder kinderen) eerst op een integratiecampus wonen? Of is er een andere manier waarbij nieuwkomers niet meteen een eigen woning krijgen, maar ook niet geclusterd worden zodat we het risico op parallelle samenlevingen beperken? Bepalen we het aantal vluchtelingen dat we in Nederland opvangen op grond van de noden in de wereld of de integreerbaarheid in onze samenleving? Houden we vast aan de verantwoordelijkheid van ouders voor de integratie en taalvaardigheid van hun kinderen of accepteren we dwang op vroege leeftijd om te zorgen dat de kinderen van begin af aan Nederlands leren en met Nederlanders omgaan? Zijn we bereid om de invloed van geestelijken of religieus onderwijs in te perken, zodat kinderen opgroeien om in vrijheid hun eigen keuzes te maken?

Misschien dat het me niet helemaal gelukt is in de vraagstelling neutraal te blijven. Ik heb er natuurlijk ook gewoon een mening over. Maar ik ben ook heel erg benieuwd naar jullie afwegingen. Wat vinden jullie?

Moeten we vooral focussen op liberale middelen, omdat dit dogmatisch klopt? Of moeten we ons meer richten op een liberaal eindresultaat ongeacht de daartoe geschikte middelen?

Het liefst bereik ik het liberaalste eindresultaat met de liberaalste middelen. Het liefst win ik de wedstrijd met mooi spel. Maar met oogstrelend spel verliezen levert nul punten op. Uiteindelijk wil ik een resultaat waar Nederland het meest bij gebaat is. Ik ben benieuwd of jullie het hiermee eens zijn of niet. En als dat wel zo is, hoe ver zijn wij dan bereid hierin te gaan?

Het is altijd makkelijk over een plan te zeggen wat je niet goed vindt. Dus bij iets als integratie, waar geen perfecte oplossingen bestaan, is de verleiding groot elk plan negatief te beoordelen. Meteen schande te roepen als een dilemma je niet bevalt. Alleen weten we dan zeker dat er nooit iets verbetert…

met liberale groet,

Bente Becker

Klaas Dijkhoff

PS: En als iemand dan goed geïntegreerd is, dan moeten we ook niet meer zeiken. Gewoon aannemen en koesteren ongeacht de achternaam.

Bekijk meer

Vragen?
Whatsapp +31623937475