Naar een duurzame economie

1Jos: ‘We kunnen niet nog eens 20 jaar blijven treuzelen’

Jos, kweker van potplanten en eigenaar van tuindersbedrijf.

“In de 40 jaar dat ik tuinder ben, is er veel veranderd. In plaats van aan tussenhandelaren, leveren we nu aan klanten die een specifieke plant bestellen. Er is meer regelgeving, bijvoorbeeld over gewasbeschermingsmiddelen en zuinig energieverbruik. Duurzaam ondernemen, daar geloven we in. Al 5 jaar telen we kerststerren zonder gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien gebruiken we geothermie; we halen warmte uit de grond om kassen te verwarmen. Het is één van de duurzaamste methoden, maar staat nog in de kinderschoenen. Meer innovatie is nodig. En dan is het vervelend dat procedures bij de overheid vaak zo traag gaan. Ik zeg heel eerlijk: af en toe hebben mensen best een duwtje in de goede richting nodig. Maar nieuwe regels sluiten niet altijd aan op de groene maatregelen die bedrijven zelf al hebben genomen. Dat zorgt ervoor dat verduurzaming stroperig gaat. Geef ons meer ruimte om duurzaam te ondernemen. We kunnen niet nog eens 20 jaar blijven treuzelen.”

2Onze ambitie

Voor ondernemers als Jos biedt duurzaam ondernemen nieuwe kansen. Door energie en grondstoffen efficiënter in te zetten worden bedrijven winstgevender én onze lucht en natuur schoner. Onze kinderen verdienen het om in net zo’n mooie omgeving op te groeien als wijzelf.

Het terugdringen van CO2-uitstoot is één van de grote opgaven van deze tijd. Daarvoor is focus nodig op het terugdringen van CO2-uitstoot. De VVD wil dat Europa het doel van 40% CO2-reductie verhoogt naar 55% in 2030. Dit is in lijn met het klimaatakkoord van Parijs.

Ieder Europees land draagt relatief evenveel bij aan deze doelstelling en bepaalt zelf hoe het dit doel realiseert. Landen stippelen een pad uit dat betaalbaar en haalbaar is, en voldoende steun heeft. Europa focust op het doel voor CO2-reductie en legt geen sub-doelen op.

Europa kan dit doel alleen realiseren met de beste ideeën vanuit bedrijven en wetenschap. Hierbij is intensieve samenwerking tussen overheden en bedrijven van belang. Voor Nederland biedt dit volop kansen. Met onze kennis kunnen we voorop lopen in nieuwe technologieën en deze exporteren naar de rest van de wereld. Dit zijn nieuwe banen voor de toekomst.

Europa stimuleert bedrijven met lef door te investeren in grootschalige projecten, belemmerende regels weg te nemen en te zorgen dat de vervuiler betaalt. Europa zet in op meerdere energiebronnen en technologieën, en ondersteunt daarbij de beste ideeën van bedrijven en wetenschap. Dit geldt ook voor initiatieven om het verbruik van grondstoffen te verminderen.

Hiermee worden we structureel minder afhankelijk van olie en aardgas uit Rusland en
het Midden-Oosten. Dit versterkt onze positie in de wereld. Zo dragen ondernemers als Jos niet alleen bij aan een welvarender maar ook een veiliger Nederland.

Naar een duurzame economie 4

3Voluit in de energietransitie

De overgang naar een duurzame energievoorziening is een kans voor Nederland en Europa. Bedrijven en wetenschap ontwikkelen nieuwe technologieën en implementeren deze op grote schaal. Dit zijn nieuwe banen voor de toekomst.

Europa verhoogt het doel voor CO2-reductie, landen bepalen hoe ze hun bijdrage invullen.
Europa verhoogt het doel voor CO2-reductie van 40% naar 55% in 2030. Ieder land draagt evenredig bij. Landen bepalen zelf hoe ze dit invullen op een manier die betaalbaar en haalbaar is. Dit is afhankelijk van nationale voorkeuren en de staat van industrie, energiebedrijven, landbouw, gebouwen en woningen. Als het niet lukt om met heel Europa tot een ambitieuzer doel te komen, vormt Nederland een kopgroep met omringende landen die hetzelfde doel omarmen en concrete maatregelen nemen.

Door het handelssysteem voor CO2 te hervormen verhoogt Europa de prijs van CO2-uitstoot.
Europa hervormt het systeem door de hoeveelheid emissierechten jaarlijks te verlagen in lijn met de ambitie voor CO2-reductie richting 2030. Hierdoor gaat de prijs omhoog en krijgen energie- en industriebedrijven een sterkere prikkel om de uitstoot te verminderen. Waar mogelijk wordt onderzocht of het handelssysteem kan worden uitgebreid naar meer sectoren. Indien landen hervormingen tegenhouden en zo de Europese CO2-prijs laag houden, introduceert Nederland met een kopgroep van omringende landen een minimumprijs die oploopt tot 2030. Dit geeft zekerheid aan bedrijven om te investeren in duurzame technologie.

Europa investeert meer in onderzoek en innovatie.
Om de klimaatdoelen te halen moeten we inzetten op meerdere energiebronnen en technologieën, zoals wind-, zonne- en waterenergie, kernenergie, waterstof, aardwarmte en CO2-opslag. Europa kiest niet op voorhand voor een specifieke energiebron of technologie, maar ondersteunt de meest veelbelovende projecten. Europa focust op grote projecten, waarvoor internationale concurrentie en samenwerking nodig zijn. Ook zet Europa geld uit structuurfondsen in. Dit kan bijvoorbeeld landen die afhankelijk zijn van kolencentrales helpen de overstap naar duurzame alternatieven te maken. Landen met realistische plannen om aan de 55%-doelstelling te voldoen ontvangen meer steun uit Europa.  

Er wordt een Europees energienetwerk ontwikkeld.
Energie moet makkelijk van het ene land naar het andere land kunnen stromen. Dit geldt in het bijzonder voor groene elektriciteit. Ook mensen die zelf energie produceren met bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen worden op dit netwerk aangesloten. Europa stimuleert digitale oplossingen die vraag en aanbod samenbrengen. Een gemeenschappelijke energiemarkt vermindert verspilling en vergroot de leveringszekerheid.

Internationaal vervoer en transport worden schoner.
Milieueisen voor vervoersmiddelen worden verder aangescherpt. Europa investeert in infrastructuur en technologie om snel treinverkeer tussen Europese steden te stimuleren. Voor vluchten binnen Europa komt er een CO2-heffing, die landen zelf innen en inzetten voor verduurzaming. Daarnaast zet Europa in op wereldwijde afspraken om de CO2-uitstoot van intercontinentale vluchten terug te dringen. Ook voor de zeevaart worden normen voor CO2-uitstoot op globaal niveau aangescherpt.

Klimaatpraat

4Circulariteit is een kans

We kunnen duurzamer groeien door afvalstoffen meer te gebruiken als grondstoffen voor nieuwe productie, wat ook wel circulair produceren wordt genoemd. Zo raken schaarse grondstoffen minder snel uitgeput, oceanen minder vervuild en worden minder dier- en plantensoorten bedreigd. Een circulaire economie biedt kansen voor Nederland. Onze ondernemers, boeren en wetenschappers kunnen hierin voorop lopen en nieuwe productiemethoden exporteren naar andere landen.

Europa investeert in circulariteit en past belemmerende regels aan.
Europa zet een groter deel van structuurfondsen en onderzoeksbudgetten in voor vernieuwende ideeën over circulariteit. Landbouwfondsen worden gekoppeld aan initiatieven van boeren om minder grondstoffen te verbruiken. Regels die waardevolle bijproducten en reststromen als afvalstoffen bestempelen staan hergebruik nu in de weg. Deze regels worden aangepast.

Europa scherpt productstandaarden en -labeling aan.
Milieustandaarden van producten worden stapsgewijs verhoogd, bijvoorbeeld van huishoudelijke apparaten. Daarnaast verduidelijkt Europa de labeling van producten, waardoor consumenten bewust kunnen kiezen voor circulaire alternatieven. Zo kan er meer vraag vanuit de markt ontstaan. Labeling wordt toepast op zoveel mogelijk producten, waaronder complexe producten als mobiele telefoons.

Aan handelspartners stelt Europa stapsgewijs dezelfde producteisen.
Wanneer Europa lagere eisen stelt aan geïmporteerde producten van buiten Europa ondermijnt dit onze bedrijven en het terugdringen van grondstofverbruik. Europa legt handelspartners daarom stapsgewijs dezelfde standaarden op. Dit moedigt andere landen aan naar een circulaire economie te bewegen. Waar nodig helpt Nederland andere landen door kennis en expertise te delen. Dit biedt nieuwe economische kansen.

Plastic wordt waar mogelijk hergebruikt.
Door standaarden geleidelijk aan te scherpen stimuleert Europa om plastic in te zamelen en te recyclen. Op termijn kan Europa het gebruik van plastic afbouwen, wanneer geschikte alternatieven beschikbaar zijn. Ook andere economische grootmachten zetten hierop in.  

Circulariteit wordt belangrijker in Europese aanbestedingen.
Europese overheden moeten zelf het goede voorbeeld geven. Vaak zijn kansen nog onbenut, bijvoorbeeld in bouwprojecten. Door circulariteit een zwaarder criterium te maken voor overheidsgebouwen en publieke infrastructuur worden bedrijven aangespoord materialen te hergebruiken.  

De kwaliteit van lucht, water en natuur gaat omhoog.
Europa stelt normen op voor een schone natuur, bijvoorbeeld ten aanzien van oppervlaktewater en fijnstof. Landen bepalen zelf hoe ze aan deze normen voldoen. Europa investeert in grensoverschrijdende initiatieven, bijvoorbeeld om zeeën te zuiveren van plastic en afval. Daarnaast controleert Europa strenger of landen milieustandaarden handhaven. Zo stimuleert Europa biodiversiteit en het behoud van onze natuur.  

Naar een duurzame economie 5