Arbeidsparticipatie
De VVD wil dat niemand meer onnodig thuis in een uitkering zit. Mensen zullen moeten werken naar vermogen. Als ze tijdelijk toch terugvallen op een uitkering; dan vraagt de VVD van hen een tegenprestatie. Deze principes zijn neergelegd in ons voorstel voor een nieuwe participatiewet. Daarin worden WWB, WSW en Wajong samengevoegd in één regeling onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Mensen jonger dan 27 ontvangen geen uitkering meer, tenzij ze volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, maar zullen moeten werken of leren. Mensen die deels arbeidsongeschikt zijn houden daarbij uiteraard recht op begeleiding. Boven de 27 jaar wordt van iedere uitkeringsgerechtigde die niet duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is, gevraagd een tegenprestatie naar vermogen te leveren.
Re-integratie
Onze maatschappij is gebaat bij een goed functionerende arbeidsmarkt. Zoveel mogelijk mensen moeten meedoen. De overheid zet re-integratiebeleid in om mensen vanuit de bijstand, Wajong, WsW en WW te laten terugkeren naar werk. Een uitgebreide keten van UWV, gemeenten, re-integratiebureaus en werkpleinen kost de overheid jaarlijks 2 miljard euro.
Uit diverse rapportages komt echter naar voren dat dit beleid onvoldoende haar doelen bereikt. Zo lang de effectiviteit van re-integratiebeleid niet is aangetoond, wil de VVD dat re-integratie trajecten alleen nog voor bijzondere doelgroepen worden ingezet zoals arbeidgehandicapten. Bovendien wil de VVD de re-integratietaak exclusief bij de gemeenten neerleggen, zodat het UWV overbodig wordt en ook hier minder geld nodig is. Re-integratiebeleid wordt effectiever door het meer te richten op werk in niet-gesubsidieerde banen en voldoende inkomensprikkels in te bouwen zodat een baan meer oplevert dan een uitkering.
UWV
Arbeidsbemiddeling door de overheid heeft al dertig jaar nauwelijks of geen resultaten opgeleverd. De VVD wil daarom het UWV Werkbedrijf (het vroegere arbeidsbureau) volledig opheffen. Werkgevers kunnen arbeidsongeschiktheidsverzekeringen op de privémarkt sluiten en de wajong-regeling (arbeidsongeschiktheid jongeren) kan door de gemeente worden uitgevoerd. Arbeidsbemiddeling en dure re-integratietrajecten kunnen worden opgeheven, met uitzondering van trajecten voor mensen met een handicap. Mensen moeten zelf een baan zoeken door te solliciteren, via een uitzendbureau of via kennissen en vrienden maar niet via geldverslindende ambtelijke loketten, die niet werken.
Ouderen en de arbeidsmarkt
Er is dringende behoefte aan een cultuuromslag op de arbeidsmarkt voor ouderen. Nu haalt slechts 30% van 55-plussers de 65 werkend. Dat is te weinig, ook in vergelijking met andere landen. Om de collectieve voorzieningen betaalbaar te houden moeten meer ouderen gaan en blijven werken. De VVD wil het dan ook voor ouderen aantrekkelijker maken om te (blijven) werken.
Een van de maatregelen is de premiekorting voor werkgevers die ervoor zorgt dat het aantrekkelijk blijft om oudere werknemers in dienst te nemen en/of te houden. Daarnaast is afgesproken dat CAO’s die geen aandacht besteden aan leeftijdbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid (door middel van scholing) niet algemeen verbindend worden verklaard. Verder wordt de doorwerkbonus, die het aantrekkelijker maakt om door te werken vanaf de leeftijd van 63, voortgezet. De ROC’s moeten een grotere rol spelen bij de scholing van ouderen door maatwerk te leveren en het hele jaar open te zijn.
Jeugdwerkloosheid
Het is belangrijk dat jongeren aan het begin van hun loopbaan meteen aan de slag gaan. Door werkloosheid op jonge leeftijd kan er gewenning optreden, of gaan mensen zelfs het verkeerde pad op. De VVD wil jeugdwerkloosheid tegengaan door flexibilisering van de arbeidsmarkt, het bestrijden van de schooluitval en het invoeren van een leerwerkplicht voor jongeren tot 27 jaar (zie arbeidsparticipatie). Bovendien heeft de VVD voorgesteld dat ondernemers in tijden van crisis de mogelijkheid hebben om jongeren vaker een tijdelijk contract te kunnen geven. Zo kunnen jongeren behouden blijven, die anders zouden worden ontslagen omdat de ondernemer een vast contract in onzekere tijden niet aandurft.
Woordvoerder: Malik Azmani
