Initiatiefwet VVD: Eerst Nederlands spreken, dan pas recht op bijstand
Vandaag dient VVD-Kamerlid Stef Blok een initiatiefwetsvoorstel in dat de voorwaarde introduceert dat immigranten de Nederlandse taal moeten beheersen alvorens zij aanspraak kunnen maken op een Bijstanduitkering.
Sinds september 2006 is expliciet in de Wet Werk en Bijstand opgenomen dat Bijstand slechts kan worden verstrekt aan personen die een duurzame band met Nederland hebben. In de praktijk blijkt deze regel echter nauwelijks te worden toegepast. Er zijn duizenden mensen met een Bijstandsuitkering die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en daarnaast nauwelijks of helemaal geen Nederlands spreken. De Haagse wethouder Sander Dekker: “Momenteel worden er in Den Haag 2823 bijstandsuitkeringen verstrekt aan niet-Nederlanders. Hiervan nemen er momenteel maar 831 deel aan een inburgeringstraject. Het is onbekend welk deel daarvan Nederlands spreekt.”
Uit onderzoek dat de Tweede Kamer vorig jaar ontving blijkt bovendien dat vrijwel nooit een uitkering wordt geweigerd wegens het ontbreken van een duurzame band met Nederland. Blok: “Het voorschrift uit de Wet Werk en Bijstand blijkt in de praktijk dus een dode letter”.
Om dit te veranderen maakt deze initiatiefwet het criterium “duurzame band met Nederland” concreet. Dit gebeurt door de voorwaarde te introduceren dat geen recht op Bijstand bestaat indien de aanvrager niet tenminste Nederlands beheerst op het niveau A2 van het taalexamen dat bij inburgeringscursussen wordt gebruikt.
De eis van kennis van de Nederlandse taal komt bovenop de huidige eisen van de Bijstandswet: legaal verblijf in Nederland en de plicht om werk te aanvaarden. Ook dit laatste criterium vormt een reden voor deze initiatiefwet. De bereidheid om werk te aanvaarden is immers een wassen neus wanneer men de Nederlandse taal niet beheerst.
Klik hier om het wetsvoorstel te bekijken.
