Vragen van Laetitia Griffith over strafverzwarende omstandigheden
woensdag 25 november 2009 , door Laetitia Griffith
De VVD heeft de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken vragen gesteld over de strafverzwarende omstandigheden bij bedreiging van en openlijke geweldpleging tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
1. Klopt het dat artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht uitsluitend strafverzwarende omstandigheden toekent in die gevallen waarin de misdrijven genoemd in de artikelen 300-303 van het Wetboek van Strafrecht zijn gepleegd tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening?
2. Deelt u de analyse dat het bedreiging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening zoals verwoord in artikel 285 van het wetboek van Strafrecht niet expliciet is opgenomen in artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht als strafverzwarende omstandigheid?
3. Deelt u de analyse dat door het niet opnemen van artikel 285 in artikel 304 de rechter wettelijk gezien voor een strafverzwarende omstandigheid niet kan verwijzen naar artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht?
4. Deelt u de mening dat gelet op de systematiek in de wet het bedreigen van bijvoorbeeld agenten en andere ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening ook een strafverzwarende omstandigheid is, die expliciet opgenomen dient te worden in de wet?
5. Deelt u de mening dat ook het openlijk in vereniging plegen van geweld, zoals verwoord in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening een strafverzwarende omstandigheid is die, gelet op de systematiek van de wet expliciet in het wetboek van Strafrecht moet worden opgenomen?
6. Bent u bereid met wetswijziging te komen zodat zowel het bedreigen van als het openlijk plegen van geweld tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening gekwalificeerd wordt als een strafverhogende omstandigheid? Zo nee, waarom niet?
