Home Actueel overzicht Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Voorzitter,

 

De plenaire behandeling van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is een markant moment in het gehele proces van de totstandkoming en in werkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wabo.

Vanaf februari 2008 heeft deze kamer hierover intensief overleg gevoerd – zowel schriftelijk als plenair - met de toenmalige minister van Vrom, mevrouw Cramer.

Het is dan ook even wennen dat nu dit belangrijke moment van de behandeling van de Invoeringswet zich eindelijk voordoet, niet mevrouw Cramer, maar haar opvolgster mevrouw Huizinga namens de Regering dit wetsvoorstel behandelt.

Mijnheer de voorzitter, via u wil ik namens mijn fractie mevrouw Cramer bedanken voor haar betrokkenheid, de samenwerking en vooral de discussies die we voerden.

Ik wens mevrouw Huizinga veel succes en inspiratie om de komende tijd in die voetsporen te treden.

Voor wat betreft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn er nog wel een paar stappen te zetten alvorens het beoog de resultaat kan worden bereikt.

 

Voorzitter, het is opmerkelijk te noemen dat in de gehele behandeling van het Wabo-wetgevingstraject sinds begin 2008, zoveel is gesproken en gewisseld over een uitvoeringsstructuur, die geen deel uitmaakt van de voorliggende voorstellen zelf, maar formeel nog slechts in het verre verschiet van de Eerste Kamer ligt.

En helaas, zo moet ik de nieuwe minister waarschuwen, zal ook vandaag de inbreng van de VVD zich daar weer op richten.

 

Evenals in de memorie van antwoord benadrukt de minster in de nadere memorie nogmaals dat de dossiers Mans en Wabo twee aparte dossiers zijn die elkaar meer aanvullen dan dat zij elkaar overlappen.  Ik citeer:

Invoering van de Wabo is niet afhankelijk van de vorming noch de borging van een landsdekkende structuur van Regionale Uitvoeringsdiensten. De vorming van de RUD’s en de wettelijke borging (nog steeds volgens de nadere MvA) van de landsdekkende structuur dragen uiteraard wel bij aan een goede uitvoering van de Wabo en strekken daar ook toe.

Het scenario zonder RUD, waarnaar de VVD-fractie vroeg, ziet er volgens de minister relatief simpel uit:

Met de invoering van de Wabo krijgen bedrijven en burgers het voordeel van een loket. De gemeenten stellen een vergunning op in de eigen back office al dan niet met inbreng van een reeds bestaande of nog in te stellen regionale milieudienst.

 

Voorzitter, so far so good, dacht ik, want daar ging het immers om: dienstverlening aan de burger verbeteren, maken dat het proces van vergunning verlening voor de hardwerkende ondernemer en goedwillende burger vereenvoudigt en versnelt.

Want wanneer het werkelijk alleen daarover zou gaan, dan hadden we vandaag alleen maar te hoeven praten over de haperende infrastructuur!

Maar nee, want nog geen alinea verder maakt de minister in haar redenering weer een bocht en worden Wabo en de instelling van Rud’s weer aan elkaar gekoppeld; overlappen Mans en Wabo niet alleen elkaar, maar zitten zij elkaar in de weg.

De decentralisatie van Wabo-bevoegdheden van provincies naar gemeenten is namelijk gekoppeld aan instelling van de regionale uitvoeringsdiensten.

Kan de minister dit nog eens uitleggen?

Worden deze taken nou gedecentraliseerd aan de RUD’s of aan de gemeenten?

Of via de gemeenten aan de RUD’s?

Hopelijk begrijpt de minister het nog, want ik raak zo langzamerhand het spoor bijster.

 

En kan de minister ook nog eens ingaan op de koppeling – of liever de ontkoppeling- tussen Wabo en Mans, zoals haar voorganger dat op blz 5 van de nadere memorie van antwoord deed. En kan zij dan in dat verband ook op het volgende reageren: Naar de mening van de VVD worden de discussie, invoering en realisatie van de Wabo vervuild en onnodig belast met de koppeling in tijd en inhoud tussen de dossiers Mans en Wabo.

 

De uitgangspunten en doelstelling van de Wabo staan naar de mening van de VVD-fractie onder grote druk door de bureaucratisering en centralisering van de uitvoeringsstructuur. Dienstverlening is maatwerk: geen regionale standaard.

De voorgestelde koppeling van de uitvoeringsdiensten aan de Veiligheidsregio’s, het bestuur op afstand en de omvang, mag dan misschien een bestuurlijke veiligheidsklep zijn voor bureaucratisch verankerde kwaliteit, maar is dat zeker niet voor dynamiek en het burgergericht maatwerk waar de Wabo voor was bedoeld.

 

Voorzitter,

Ook de VVD – en ik zelf als voormalig gemeentebestuurder niet in de laatste plaats – vindt dat de kwaliteit van en in de handhaving op lokaal niveau gemiddeld genomen wel een tandje hoger mag. De lokale politiek heeft dit soort zaken niet als vanzelf hoog op de prioriteitenagenda staan. Zeker niet in een tijd waarin sterk moet worden bezuinigd op uitgaven en personeel. Een beetje druk van buitenaf kan dan helpen de goede richting uit te gaan. Kwaliteitseisen zijn daarin in zijn algemeenheid een goed middel. Handhaving heeft een hoge veiligheidscomponent en vanuit dat oogpunt is de VVD daar op zich niet tegen. De kwaliteitseisen waar op dit moment over gesproken wordt, lijken echter buitenproportioneel. Bovendien zien zij niet op resultaat: gewenst veiligheidsniveau door adequate handhaving, op de output, maar richten zij zich in hoge mate op de input.  De gemeenten moeten voor zowel hun eigen organisaties als voor de RUD’s grote aantallen hooggeschoolde medewerkers aantrekken.

En waarom, zo vraagt mijn fractie zich af, moet dit zo onder stoom en kokend water?

Voor 1 december moeten gemeenten besluiten bij welke Regionale Uitvoeringsdienst zij aan wensen te sluiten en of en op welke manier zij aan de kwaliteitseisen gaan voldoen.

Zeker is dat gemeenten flink zullen moeten uitbreiden, maar dat datzelfde geldt voor de huidige Regionale milieudiensten omdat zelfs zij in hun huidige situatie niet aan de vereisten kunnen voldoen.

Behalve de daaraan verbonden kosten, uitbreiding van formatie in een tijd waarin die juist moeten krimpen, zal het een overbeviste vijver worden die de gemeenten moet voeden. Particuliere advies- en detacheringsbureaus zullen goede zaken doen voorspel ik. Niks mis mee, maar wel enorme geld- en energieverspilling. En wie zal dat gaan betalen? Toch niet via kostendekkende leges de burger hoopt de VVD, want de verwachting is dat de vergunningverlening fors duurder zal worden. En dan is de cirkel weer rond en krijgen de gemeenten de zwarte Piet van de lastenverzwaring.

De VVD hoort graag de reactie van de minister hierop.

 

Ook wil ik nog even ingaan op de kwestie van de autonomie. Op pagina 4 van de nadere memorie van antwoord stelt de minister dat het treden van de wetgever in de lokale autonomie gerechtvaardigd is wanneer het medebewindstaken betreft.

Ik citeer

Ikzelf zie de regionale samenwerking in gemeenschappelijke uitvoeringsdiensten – net als bij kwaliteitscriteria – vooral als een noodzakelijke randvoorwaarde die wordt meegegeven bij het toedelen van deze medebewindstaken en – bevoegdheden aan de gemeenten.

Maar ook stelt zij

Het kabinet heeft ervoor gekozen deze randvoorwaarden niet als een dictaat op te leggen maar om in overleg met alle betrokken partijen spelregels voor het bottum up proces te ontwikkelen en in te voeren.

Graag zou ik van deze minister hierop een toelichting willen horen, want ik begin de weg kwijt te raken.

Het kabinet grijpt sectoraal in in de bedrijfsvoering van autonome gemeentelijke organisaties en stelt dan vervolgens doodleuk dat dat vrijwillig is omdat het hoe in overleg is gebeurd. Het lijkt erop dat de beul aan de veroordeelde vraagt: wilt u onder de guillotine of aan de strop, u mag het zelf zeggen. En wanneer de arme stakker dan kiest, zelf de schuld krijgt van zijn dood.

 

Voorzitter,

Naar de mening zijn er zeer goede en zwaarwegende argumenten om helder en klaar een ontkoppeling te maken tussen het proces van invoering Wabo en dat van versterking van de gemeentelijke uitvoeringsstructuur.

Onder druk wordt alles vloeibaar, maar de vorm raakt er wel uit. En dat dreigt nu ook bij de Wabo te gebeuren. Bureaucratisering i.p.v. versimpeling; lastenverzwaring i.p.v. lastenverlichting; vertraging i.p.v. versnelling; standaardisering i.p.v. maatwerk.

Tal van goede argumenten liggen aan zo’n ontkoppeling ten grondslag; argumenten die voor wat de VVD betreft in de schriftelijke voorbereiding niet zijn weerlegd, maar zelfs zijn versterkt door de inconsequente beantwoording en warrige doelredeneringen.

Vier weken geleden behandelde deze Kamer de Wet op de Veiligheidsregio’s.  Op een uitstekende manier is toen de spanning aan de orde geweest  tussen gemeentelijke autonomie enerzijds en op onderdelen de noodzaak tot schaalvergroting anderzijds.  

De vormgeving, instelling en verankering van Regionale uitvoeringsdiensten raken aan ditzelfde vraagstuk en zouden dan ook in die discussie een plaats moeten krijgen, zodat ons binnenlands bestuur niet ad hoc op essentiële punten wordt aangepast en aangetast.

 

Tenslotte, de kwestie van de ict. Bij de plenaire behandeling van de Wabo heb ik al betoogd dat de Ict de “backbone” van de Wabo is. Toen kreeg de minister het voordeel van de twijfel en de tijd om die twijfel weg te nemen.

Met haar brief van 5 maart is dat deze minister ook niet gelukt: half april wordt de vernieuwde en laatste versie van een aantal vitale onderdelen opgeleverd: 2,5 maand voor de beoogde inwerkingtreding. Hoe ziet de minister in dat verband de afspraak met de gemeenten dat de Ict een half jaar moet werken alvorens de wet ook in werking treedt?  Denkt zij echt dat in 2,5 maand alle kinderziektes en aanloopproblemen zijn opgelost en onder de knie?

De bestuurlijke risico’s zijn evident, maar de VVD fractie ziet daarnaast een bijna nog groter probleem: ongeloofwaardigheid en teleurstelling in de overheid vanwege haperende digitalisering.

De minister vraagt deze Kamer haar het vertrouwen te geven en zelf de datum van invoering bij KB te kunnen bepalen.

Kan de minister dan ook aangeven dat zij alle risico’s daarvoor zal dragen en deze dan niet bij de gemeenten worden gelegd??

 

Samenvattend:

De VVD-fractie is een grote voorstander van de Wabo en spoedige inwerkingtreding ervan: burgers en bedrijfsleven wachten er op.

Er zijn echter die grote bezwaren die de VVD-fractie bij de invoering ziet en die vooralsnog de uitvoerbaarheid negatief beïnvloeden. Met alle gevolgen van dien.

-           het invoeringsproces wordt onnodig belast door de koppeling met de Regionale Uitvoeringsdiensten;

-           de definitie van de kwaliteitseisen; kwaliteitseisen dienen niet input- ,maar output gericht te zijn.

-           de haperende Ict-infrastructuur en de onzekerheid over het moment waarop met 100% zekerheid deze in alle gemeenten operationeel is!

De reactie van de minister is voor de VVD doorslaggevend voor het bepalen van het eindoordeel over dit voorstel. Wij wachten dat met bijzondere belangstelling af.

  • Doorsturen

Helmi Huijbregts-Schiedon
Foto van Helmi Huijbregts-Schiedon

VVD-Eerste Kamerlid

Woordvoerder: VROM/WWI, BZK/AZ en verzoekschriften

Klik hier voor meer info over Helmi Hijbregts-Schiedon.

Laatste artikelen van deze auteur

Actueel

Volledig overzicht

Standpunten

Volledig overzicht

Mensen

Volledig overzicht

Over de VVD

Volledig overzicht

Agenda

Volledig overzicht

Algemeen
Pers

Volledig overzicht